Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

In januari 2005 hebben Provinciale Staten de beleidskaders vastgesteld voor het onderhoud van kapitaal­goederen onderdeel recreatiegebieden (PS-besluit 5532) en in december 2011 de beleidskaders 2012-2015 voor onderhoud van kapitaalgoederen van infrastructuur (PS-besluit 6414) en gebouwen (PS-besluit 6407).

De Beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel infrastructuur) vormt het beleidskader voor de

inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen inclusief de kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteitsniveau en waarbij de totale kosten worden geoptimaliseerd. Hierbij wordt uitgegaan van een beheerssystematiek voor beheer en onderhoud van de infrastructuur, waarbij het maatschappelijke belang van de infrastructuur centraal staat.

De Beleidsnota Onderhoud kapitaalgoederen (onderdeel recreatie) vormt het beleidskader voor de rol, functie en het prijs-, kwaliteits- en onderhoudsniveau van de provinciale recreatiegebieden. Uitvoering van dit beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen goed worden onderhouden en de functionele kwaliteit ervan wordt gewaarborgd. Als zodanig wordt voorkomen dat er achterstallig onderhoud optreedt waardoor er extra kosten moeten worden gemaakt om dit in te lopen of dat er door achterstallig onderhoud schadeclaims binnenkomen.

De Beleidsnota Onderhoud Kapitaalgoederen (onderdeel gebouwen) vormt het beleidskader voor de inrichting van het planmatig beheer en onderhoud van de provinciale gebouwen met betrekking tot de bouwkundige en installatietechnische elementen. Uitvoering van het beleidskader moet leiden tot een bestendige situatie waarin deze kapitaalgoederen worden onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteitsniveaus, waarbij de totale kosten worden geoptimaliseerd en de structurele middelen in de begroting kunnen worden gereserveerd.

Weg- en vaarweginfrastructuur

De provincie is eigenaar en beheerder van wegen (520 km) en vaarwegen (137 km). Meer in detail betekent dit dat de provincie het beheer heeft over en onderhoud pleegt aan:

  • 660 ha verhardingen
  • 452 bushaltes
  • 11.000 openbare-verlichtingmasten
  • 144 km geleiderail
  • 118 verkeersregelinstallaties
  • 504 vaste bruggen, duikers, tunnels en viaducten
  • 647 ha gras
  • 782 km bermsloten
  • 84 ha beplanting
  • 40 km hagen
  • 60.060 bomen
  • 199 km oevers
  • 70 beweegbare kunstwerken (bruggen en sluizen)
  • 4147 meerpalen
  • 1800 bolders en dukdalven
  • 460 ha waterbodem

NB: kengetallen zijn eind 2010 berekend. Door areaalwijzigingen kunnen de kengetallen veranderen.

Beleid

Het provinciale beleid voor het beheer en onderhoud van de provinciale (vaar)weginfrastructuur is vastgelegd in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015, die in 2011 door Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten zijn vastgesteld. De beheerplannen bevatten het beleidskader voor het op het minimaal vereiste basisniveau brengen van de infrastructuur op basis van de drie vastgestelde kwaliteitsniveaus (bereikbaarheid, veiligheid en omgevingskwaliteit).

De benodigde budgetbehoefte voor de komende jaren is in 2010 op basis van normkosten herberekend en vastgelegd in de nota Budgetbehoefte beheer en onderhoud 2012-2015 die in januari 2011 door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Voor de uitvoering van deze nota is in het Hoofdlijnenakkoord voor de collegeperiode 2012‑2015 € 24,0 mln extra uitgetrokken voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur. Genoemd bedrag dient ter dekking van de extra exploitatie- en kapitaallasten ten opzichte van de huidige meerjarenbegroting voor beheer en onderhoud.

Ook in de komende periode wordt het onderhoud uitgevoerd volgens de systematiek van planmatig beheer en onderhoud, waarbij een integrale, trajectgewijze aanpak wordt toegepast op de tien vaarwegtrajecten en de 118 wegtrajecten. De extra impuls voor het budget van beheer en onderhoud wordt vooral ingezet om de aanwezige achterstanden in het onderhoud van wegen, vaarwegen en kunstwerken verder weg te werken.

Beheer

Verspreid over het gehele areaal worden, waar nodig, diverse dagelijkse beheer- en onderhoudswerkzaam­heden uitgevoerd. Het betreft onder meer: toezicht, inspectie en handhaving, juridisch beheer, bediening van bruggen, verkeersvoorzieningen (zoals bebording, meubilair, openbare verlichting en verkeerslichten), gladheidbestrijding, kleinschalig civieltechnisch onderhoud aan wegen, vaarwegen en kunstwerken, verwijderen van graffiti, groenonderhoud, exploitatie van steunpunten, vaartuigen, dienstvoertuigen en materieel.

Projecten

In 2014 wordt conform de meerjarenplanning Wegen 2014-2017 grootschalig onderhoud uitgevoerd aan

29 wegtrajecten. Het betreft de trajecten:

  • N206 A Zoetermeer - Zoeterwoude-Dorp (km 1,76 - 9,4)
  • N206 B A4-Leiden (km 9,4 - 11,06 waarvan in 2014 50% = 0,9 km)
  • N206 C Leiden Transferium - Noordwijk-Binnen (km 15,0 - 24,06 waarvan in 2014 1,3 km)
  • N206 D Noordwijk-Binnen - De Zilk (km 24,06 - 37,50)
  • N207C Waddinxveen (km 22,0 - 27,80 doorgeschoven uit 2013)
  • N207 G Lisse-noord (km 58,9 - 59,34)
  • N208 A A44-Sassenheim (km 5,6 - 7,2)
  • N208 B Sassenheim - Lisse-Noord (km 7,2 - 13,9)
  • N209 A A13 / Zestienhoven - Hillegersberg (Doenkade) (km 0 - 5,3 in 2014 5,3 km) (De N209 is anders ingedeeld, A is A en B geworden, B is C en D geworden)
  • N209 B Hillegersberg - A12 / Veiling (km 5,3 - 13,9 in 2013 8,6 km gerealiseerd)
  • N209 C A12 / Veiling - Hazerswoude Dorp (km 13,9 - 21,0 waarvan 50% in 2014 en 50% in 2015)
  • N209 D Hazerswoude Dorp - Oude Rijn (Hazerswoude-Rijndijk) (km 21,0 - 26,63 waarvan 50% in 2014 en 50% in 2015)
  • N213 A Westerlee - Naaldwijk (km 4,9 - 7,2)
  • N213 B Naaldwijk - Poeldijk (km 7,2 - 10,8)
  • N219 B A20 Nieuwerkerk a/d IJssel - Zevenhuizen (km 7,9 - 10,7)
  • N464 A Poeldijk - Wateringen (km 2,19 - 4,6)
  • N470 A A4 Delft-Zuid - A13 Delft-Zuid (km 0,9 - 5,8)
  • N471 A Hillegersberg - N209 Doenkade (km 1,0 - 2,2)
  • N471 C N209 Doenkade - Berkel en Rodenrijs (km 10,0 - 10,5)
  • N473 A Delft - Delfgauw (km 0 - 2,7)
  • N207 B Gouda Julianasluis - Gouda A12 (km 17,0 - 22,0)
  • N207C Gouda A12 - Boskoop (km 22,0 - 27,8 waarvan in 2014 50% = 2,9 km)
  • N217A Nieuw-Beijerland - Oud-Beijerland (km 4,7 - 12,0)
  • N217B Oud-Beijerland - A29 Reeuwijk (km 12,0 - 17,6)
  • N231B Nieuwkoop - Nieuwveen (km 7,0 - 13,2)
  • N463A Noorden - Woerdens Verlaat (km 2,2 - 6,9 waarvan 30% in 2013 en 70% in 2014)
  • N480A Nieuw-Lekkerland - Streefkerk(km 2,5 - 5,4)
  • N487A A29 - Numansdorp (km 13,4 - 15,4)
  • N497A N57 Voornse duinen - Hellevoetsluis (km 9,8 - 13,4)

Daarnaast worden nog vijf niet trajectgebonden projecten uitgevoerd:

  • Kruising N207 - N454 Gouwepark Waddinxveen
  • Rotonde N207 - N452 Fietstunnel Waddinxveen
  • N215 Plaatweg Melissant
  • N231A Aanpassing Treinweg Nieuwkoop
  • Rotonde N211 / N465 Monster

In 2014 worden conform de meerjarenplanning Vaarwegen 2014-2017 op diverse vaarwegtrajecten zestien grootschalige onderhoudsprojecten uitgevoerd:

  • Vervanging oevers langs
    • traject 2: het Rijn-Schiekanaal (uitvoering loopt van 2013 door naar 2014),
    • traject 3: Korte Vlietkanaal, Oude Rijn (Katwijk),
    • traject 4: Oude Rijn (Leiderdorp) (uitvoering loopt van 2013 door naar 2014),
    • traject 6: Oude Rijn (Alphen)
    • traject 7: Aarkanaal (Nieuwveen)
    • traject 8: Oude Rijn (Bodegraven)
    • traject 9: Gouwe (Boskoop en Waddinxveen)
    • traject 10: Merwedekanaal
  • Groot onderhoud bruggen traject 6 (Alphen aan den Rijn) inclusief afstandsbediening (uitvoering loopt van 2013 door naar 2014)
  • Groot onderhoud Hefbrug Gouwesluis / Keersluis
  • Groot onderhoud Sluis Gorinchem
  • Verbeteren nautische voorzieningen bij bruggen en realiseren ligplaatsen in regio Leiden - Alphen
  • Vernieuwen loswal Hazerswoude (doorgeschoven uit 2013)
  • Bochtverbetering Gouwesluis
  • Verbreding oever Delftse Schie
  • Verbetertraject afstandsbediening

In bijlage 4 is het meerjarenprogramma 2014 en verder uitgewerkt.

Financieel

De kosten voor beheer en onderhoud van wegen en vaarwegen, inclusief functionele verbetering, worden in de begroting geraamd in doel 2.1, Zorg voor de kwaliteit provinciale infrastructuur. De hiervoor meerjarig beschikbare materiële middelen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Meerjarig lastenbudget en investeringen voor beheer en onderhoud wegen en vaarwegen (exclusief kapitaal- en apparaatslasten)

(bedragen x € 1.000)

2014

2015

2016

2017

Onderhoud vaarwegen

10.635

10.385

10.385

10.385

Onderhoud wegen

36.653

40.512

34.652

33.842

Totaal

47.288

50.897

45.037

44.227

         

Planmatig beheer en onderhoud investeringen

67.810

80.413

49.321

68.644

Recreatiegebieden

Beheer

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buiten-stedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door Natuur- en Recreatieschappen. De provincie heeft echter ook een deel van de recreatiegebieden in eigendom en beheer, de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG’s). Deze PRG’s beslaan een areaal van een kleine 656 ha, verspreid over ongeveer 29 gebieden. De bekendste gebieden zijn Vlietland (290 ha), Klinkenbergerplas (40 ha) en het Valkenburgse Meer (91 ha). Deze PRG’s liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

Beleid

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en heeft besloten om in te zetten het beheer van de provinciale recreatie­gebieden (PRG’s) over te dragen aan gemeenten of private partijen. Vanuit het Programma ‘Toekomstig Beheer Recreatiegebieden’ worden bestuurlijke dialogen gevoerd met gemeenten die zitting hebben in het bestuur van de verschillende Natuur- en Recreatieschappen in Zuid-Holland over opschaling van de schappen en de verzelfstandiging van de G.Z-H. In dit Programma wordt eveneens gewerkt aan de overdracht van de PRG’s.

De afgelopen jaren wordt in de gebieden, door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud, een constante kwaliteit nagestreefd. Dit heeft geresulteerd in het Meerjaren Programma Provinciale Recreatiegebieden 2008-2013 (De basis op orde). Het terreinbeheermodel (TBM) is evenals voor de Natuur- en Recreatieschappen de basis waarop het beheer zal worden berekend. Inmiddels is ook voor de PRG’s het TBM operationeel. Vanuit het functie gestuurde beheren (volgens TBM) wordt ieder jaar bekeken welke noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en investeringen in het betreffende jaar moeten worden gepleegd. Deze werkwijze geeft tevens een doorkijk naar de komende periode, waardoor geanticipeerd kan worden op een eventuele structurele verhoging van de begroting dan wel of een integrale heroverweging van functies, doelen en middelen voor de PRG’s noodzakelijk is.

In navolging van het gewijzigde beleid van de Natuur- en Recreatieschappen ten aanzien van beheer en onderhoud van de recreatiegebieden zal ook het beheerbeleid voor de PRG’s worden gewijzigd.

Het beleid zal meer gericht zijn op structureel beheer, waarbij in de jaarlijkse lasten naast het reguliere onderhoud, ook rekening wordt gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

Meerjarig lastenbudget onderhoud provinciale recreatiegebieden

(bedragen x € 1.000)

2014

2015

2016

2017

Onderhoud provinciale recreatiegebieden

1.687

1.687

1.687

1.687

Gebouwen

Beleid

Gebouwen zijn kapitaalintensief en hebben een grote invloed op zowel het feitelijk functio­neren van de medewerkers als op de beeldvorming van de provinciale organisatie. De Strategische huisvestingsvisie 2010-2014 ondersteunt het functioneren van de medewerkers onder andere op het gebied van resultaatgericht werken en flexibiliteit. In 2010 heeft een zogenaamde 'nulmeting' plaatsgevonden van de gebouwen in provinciaal eigendom. De hieruit verkregen inzichten worden gebruikt als basis voor het onderhoud, maar vooral om een systeem van planmatig onderhoud te operationaliseren. Het systeem van planmatig onderhoud is de basis voor het geactualiseerde meerjarenprogramma onderhoud aan gebouwen, alsmede voor een efficiënte aanpak van verbouwingen. In af te sluiten contracten zijn duurzaamheid, maar ook kostenreductie en doelmatigheid belangrijke uitgangspunten. In december 2011 is door Provinciale Staten de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015, vastgesteld. Beleidsuitgangspunt is een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. In juli 2012 is het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 vastgesteld waarin de uitvoering van de beleidskaders nader is uitgewerkt. In het afgelopen jaar zijn de instrumenten gereed gemaakt voor een adequate aansturing van het beheer en onderhoud van het provinciaal vastgoed.

Beheer

Het beheer en onderhoud wordt planmatig georganiseerd en mede gericht op het actueel houden van de genoemde functionaliteiten. Het onderhoud van het provinciehuis wordt uitgevoerd op basis van het vastgestelde Beheerplan Gebouwen 2013-2016. Het Beheerplan Gebouwen gaat uit van een kwaliteitsniveau conform de vigerende normering (NEN) en is door GS vastgesteld op het wettelijk minimum, Conditieniveau 3 (sober en doelmatig).

In 2011 is de inrichtingsmodule voor het flexibel kantoorconcept vastgesteld alsook de interactie tussen de invoering van het flexibel kantoorconcept (de fysieke insteek), de digitale infrastructuur (onder andere plaats­onafhankelijke PC, telefoon en Wi-Fi) en het concept Het Nieuwe Werken (houding en gedrag). Daarop is een pilot gestart, waarvan de resultaten in 2012 zijn geëvalueerd en welke worden meegenomen in de uitrol van het flexibel kantoorconcept in 2014 en 2015.

De verbouwing van de bouwdelen A en B is in 2013 voorbereid, start in 2014 en wordt in 2015 afgerond. De huisvestingsbehoefte van de provincie verandert als gevolg van Focus met Ambitie en Het Nieuwe Werken. Reductie van de formatie en een andere manier van werken in een flexibel kantoorconcept leveren in de komende jaren vermindering van werkplekken en daardoor besparing in ruimtegebruik op. De ruimtewinst die hierdoor ontstaat, wordt gebruikt voor het terugplaatsen van extern gehuisveste organisatieonderdelen en het aantrekken van geschikte marktpartijen. Bouwdeel D punt is gewijzigd naar gebouw E en is met ingang van 1 september 2012 aan een commerciële partij verhuurd. De etages D1 (laagbouw), D2 en D3 zijn per 1 januari 2013 verhuurd aan de Omgevingsdienst Haaglanden. Met ingang van 1 juli 2012 is de Wet Markt en Overheid van kracht. Verhuur van PZH-bouwdelen inclusief servicekosten alsmede aanvragen voor verhuur van PZH-vergaderzalen, voor zover deze niet onderdeel zijn van de verhuurovereenkomst, aan commerciële partijen wordt aan deze wet getoetst op transparantie en marktconformiteit.

Onderhoud

Het noodzakelijk groot onderhoud, de verbetering van de doelmatigheid en het actualiseren van de inrichting zijn in 2011 vertaald in een verbouwingsprogramma voor bouwdeel C. Deze renovatie wordt uitgevoerd in de jaren 2012-2015 en betreft onder meer de technische installaties, de inrichting van de toiletgroepen, de actualisatie van de vergaderruimten, inrichting van de beveiligingsloge, brandbeveiliging conform huidige regelgeving, energie­besparende vervanging van de inductie-units (ten behoeve van klimaatbeheersing) en modernisering van de entree en de MSA hal.

Met de in het provinciehuis te realiseren verbouwingen en renovaties wordt een efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte gerealiseerd. Waar mogelijk wordt het grootschalig onderhoud direct meegenomen.

Voor Beheer & Onderhoud van gebouwen zijn de bestaande beheercontracten in 2013 beëindigd en zullen per 2014 geharmoniseerd worden. Op het gebied van energiebesparing en klimaatbeheersing hebben verschillende activiteiten ertoe geleid dat voor het provinciehuis het energielabel A geldt. Gebouw D voldoet door verschillende aanpassingen eveneens aan energielabel A.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2014.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2014.

Weg- en vaarweginfrastructuur

De provincie is eigenaar en beheerder van de provinciale infrastructuur. Deze infrastructuur bestaat uit de volgende objecten:

 

Wegen (525 km)

 
  • Verhardingen

Rijbanen (450 ha), rotondes (54 ha), kruisingen (55 ha), parallelwegen (63 ha), fiets- en voetpaden (131 ha)

  • Vaste kunstwerken

Vaste bruggen (230), viaducten (59), tunnels (92), duikers (167)

  • Bermen en groen

Grasbermen (1.080 ha), bomen (37.000), beplanting (110 ha), bermsloten (160 ha)

  • Verkeer- en vervoervoorzieningen

Verkeersborden (38.000), verkeersregelinstallaties (122), verkeersmonitoring, routeinformatie

   

Vaarwegen (141 km inclusief vaarweg door open water)

  • Oevers

Damwanden met deksloof (75 km), zetsteenglooiingen (140 km), oevers met stads uiterlijk (20 km), natuurvriendelijke oevers (2 km)

  • Beweegbare kunstwerken

Beweegbare bruggen (67), sluizen (6)

  • Vaarwegbodems

Vaarwegbodems (611 ha)

  • Nautische voorzieningen

Brugbediening, remmingswerken (58), wachtplaatsen (348)

Bedrijfsvoering

Gladheidsbestrijding, gebouwen en steunpunten, voer- en vaartuigen, juridisch beheer en overige bedrijfsvoering

   
 

Bron: areaalgegevens provincie, telling 1 januari 2014

 
Beleid

In de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2012-2015 (deel infrastructuur Wegen en Vaarwegen) is het beleidskader vastgelegd voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau van de provinciale wegen en vaarwegen, inclusief civiele kunstwerken. Uitvoering van dit beleidskader betekent dat de infrastructuur wordt onderhouden conform vastgestelde functionaliteit en kwaliteit tegen minimale kosten. Hierbij wordt uitgegaan van een basiskwaliteitsniveau: een sober en doelmatig minimaal niveau, waarbij wordt voldaan aan wet- en regelgeving.

In 2014 is het eerste Meerjarenprogramma Onderhoud (MPO) opgesteld. Het MPO maakt de beheerlasten van de provinciale infrastructuur voor de komende 30 jaar zichtbaar. Het MPO bepaalt de omvang van de budgetten die beschikbaar worden gesteld om het beheer en onderhoud uit te voeren.

Het beleidskader en het MPO zijn verder uitgewerkt in het Beheerplan Wegen en Vaarwegen 2012-2015. Vanuit de functie van de infrastructuur wordt bepaald of beheer en onderhoud noodzakelijk is. Ook vindt onderhoud op een traject zo veel mogelijk geclusterd plaats en wordt hinder voor de gebruiker zoveel mogelijk beperkt.

Voor de collegeperiode 2012-2015 is € 24 mln extra uitgetrokken voor het beheer en onderhoud van de provinciale infrastructuur. Genoemd bedrag is vooral ingezet om de aanwezige achterstanden in het onderhoud van wegen, vaarwegen en kunstwerken verder weg te werken. Uit het onderzoek 'Kunstwerken in control' zijn negen acute problemen bij kunstwerken naar voren gekomen, die in de periode 2011-2014 zouden worden vervangen. Inmiddels zijn acht van deze kunstwerken aangepast.

 
Beheer

Verspreid over het gehele areaal worden, waar nodig, diverse dagelijkse beheer- en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Het betreft onder meer: toezicht, inspectie en handhaving, juridisch beheer, bediening van bruggen, verkeersvoorzieningen (zoals bebording, meubilair, openbare verlichting en verkeerslichten), gladheidbestrijding, kleinschalig civieltechnisch onderhoud aan wegen, vaarwegen en kunstwerken, verwijderen van graffiti, groenonderhoud, exploitatie van steunpunten, vaartuigen, dienstvoertuigen en materieel.

 
Projecten

In 2014 is conform de meerjarenplanning Wegen 2014-2017 grootschalig onderhoud uitgevoerd aan de volgende wegtrajecten:

  • N206 D Noordwijk-Binnen - De Zilk (km 24,06 - 37,50)

  • N027 E Alphen aan den Rijn -Zegerbaan (km 36,4 - 39,4)

  • N208 A A44-Sassenheim (km 5,6 - 7,2)

  • N208 B Sassenheim - Lisse-Noord (km 7,2 - 13,9)

  • N209 A A13/Zestienhoven - Hillegersberg (Doenkade) (km 0 - 5,3 in 2014 5,3 km) (De N209 is anders ingedeeld, A is A en B geworden, B is C en D geworden)

  • N209 B Hillegersberg - A12/Veiling (km 5,3 - 13,9 in 2013 8,6 km gerealiseerd)

  • N219 A (km 3,27 – 7,90)

  • N231 B Nieuwkoop - Nieuwveen (km 7,0 - 13,2)

  • N471 A Hillegersberg - N209 Doenkade (km 1,0 - 2,2)

  • N471 C N209 Doenkade - Berkel en Rodenrijs (km 10,0 - 10,5)

  • N474 A Krimpen aan den IJssel – N210 (km 0,0 - 0,6)

  • N480 A Nieuw-Lekkerland - Streefkerk(km 2,5 - 5,4)

  • N487 A A29 - Numansdorp (km 13,4 - 15,4)

  • N497 A N57 Voornse duinen - Hellevoetsluis (km 9,8 - 13,4)

 

Daarnaast is een aantal niet trajectgebonden projecten uitgevoerd:

  • Kruising N207 - N454 Gouwepark Waddinxveen

  • N231 A Aanpassing Treinweg Nieuwkoop

 

De volgende wegen zijn niet in 2014 afgerond vanwege afstemming met de omgeving, bereikbaarheid, uitvoering in juiste seizoen en/of een langere voorbereidingstijd (planning 2015, 2016 en 2017):

  • N206 A Zoetermeer - Zoeterwoude-Dorp (km 1,76 - 9,4) (uitvoering in 2014 en 2015)

  • N206 B A4-Leiden (km 9,4 - 11,06 waarvan in 2014 50% = 0,9 km) (uitvoering in 2014 en 2015)

  • N206 C Leiden Transferium - Noordwijk-Binnen (km 15,0 - 24,06 waarvan in 2014 1,3 km) (uitvoering in 2014 en 2015)

  • N207 B Gouda Julianasluis - Gouda A12 (km 17,0 - 22,0) (uitvoering in 2015)

  • N207 C Waddinxveen (km 22,0 - 27,80) (uitvoering in 2015)

  • N207 G Lisse-noord (km 58,9 - 59,34) (uitvoering in 2015)

  • Rotonde N207 - N452 Fietstunnel Waddinxveen (afronding in 2015)

  • N209 C A12/Veiling - Hazerswoude Dorp (km 13,9 - 21,0 (uitvoering in 2015)

  • N209 D Hazerswoude Dorp - Oude Rijn (Hazerswoude-Rijndijk) (km 21,0 - 26,63) (uitvoering in 2015)

  • Rotonde N211/N465 Monster (uitvoering in 2016)

  • N213 A Westerlee - Naaldwijk (km 4,9 - 7,2) (uitvoering in 2015)

  • N213 B Naaldwijk - Poeldijk (km 7,2 - 10,8) (uitvoering in 2016 en 2017)

  • N215 Plaatweg Melissant (uitvoering in 2015)

  • N217 A Nieuw-Beijerland - Oud-Beijerland (km 4,7 - 12,0) (uitvoering in 2015)

  • N217 B Oud-Beijerland - A29 Reeuwijk (km 12,0 - 17,6) (uitvoering in 2015)

  • N219 B A20 Nieuwerkerk a/d IJssel - Zevenhuizen (km 7,9 - 10,7) (uitvoering in 2015)

  • N463 A Noorden - Woerdens Verlaat (km 2,2 - 6,9) (uitvoering 2013, 2014 en 2015)

  • N464 A Poeldijk – Wateringen (km 2,19 - 4,6) (kunstwerk in 2015)

  • N470 A A4 Delft-Zuid - A13 Delft-Zuid (km 0,9 - 5,8) (uitvoering in 2016 en 2017)

  • N473 A Delft - Delfgauw (km 0 - 2,7) (uitvoering in 2015)

 

In 2014 zijn conform de meerjarenplanning Vaarwegen 2014-2017 op diverse vaarwegtrajecten grootschalige onderhoudsprojecten uitgevoerd. De projecten die afgerond zijn in 2014 zijn:

  • Vervanging oevers langs:

    • traject 2: het Rijn-Schiekanaal (uitgevoerd in 2013 en 2014),
    • traject 4: Oude Rijn (Leiderdorp) (uitgevoerd in 2013 en 2014),
    • traject 6: Oude Rijn (Alphen) (uitgevoerd in 2014)
    • traject 10: Merwedekanaal (uitgevoerd in 2013, restpunten in 2014)
  • Groot onderhoud bruggen traject 6 (Alphen aan den Rijn) inclusief afstandsbediening (uitgevoerd in 2013 en 2014)

  • Verbeteren nautische voorzieningen bij bruggen en realiseren ligplaatsen in regio Leiden – Alphen (uitgevoerd in 2013 en 2014)

  • Verbetertraject afstandsbediening

 

De projecten die doorlopen in 2015 (of verder) zijn:

  • Vervanging oevers langs:

    • traject 3: Korte Vlietkanaal, Oude Rijn (Katwijk) (uitvoering in 2014 en 2015),
    • traject 7: Aarkanaal (Nieuwveen) (uitvoering in 2014 en 2015)
    • traject 8: Oude Rijn (Bodegraven) (uitvoering in 2014 en 2015)
    • traject 9: Gouwe (Boskoop en Waddinxveen) (uitvoering in 2014 en 2015)
  • Groot onderhoud hefbrug Gouwesluit/Keersluis

  • Bochtverbetering Gouwesluis

  • Verbreding oever Delftse Schie

 

De projecten die zijn opgeschort zijn:

  • Vernieuwen loswal Hazerswoude: de gekozen locatie blijkt ongeschikt, onderzoek vindt nu plaats naar een geschikte locatie.

  • Groot onderhoud Sluis Gorinchem: het beschikbare budget is ruim onvoldoende gebleken, daarom is een heroverweging "groot onderhoud of vervanging"€ gestart.

 
Kapitaal- en beheerlasten op langere termijn

Met de vaststelling van de Kadernota 2014-2017 is vastgelegd dat Gedeputeerde Staten bij de Begroting 2014 inzicht zullen verstrekken in de kapitaal- en beheerlasten op langere termijn als gevolg van investeringen in infrastructuur, groenprojecten en overige zaken. Dit inzicht is in de loop van 2014 verstrekt in het Meerjarenprogramma Onderhoud Infrastructuur (MPO). Het MPO is op 12 november 2014 door Provinciale Staten vastgesteld. Het MPO bevat naast dit inzicht ook nieuwe spelregels tussen Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten met betrekking tot de financiering van infrastructurele activiteiten.

 
Financieel (nieuwe methodiek - alleen MPO)

Een deel van de uitgaven aan planmatig onderhoud heeft betrekking op de inzet van exploitatiemiddelen en een deel wordt gedekt uit door PS beschikbaar gestelde kredieten voor vervangingsinvesteringen binnen doel 2.1. Hoewel de realisatie op de investeringskredieten in 2014 is achtergebleven, (investeringen worden pas geactiveerd in het jaar dat ze technisch gereed zijn, zie ook de toelichting op de investeringen in de jaarrekening), zijn de daadwerkelijke uitgaven in 2014 wel conform het begrote kasgeldritme gerealiseerd. De omvang van het Onderhanden werk in de balans is daardoor hoger dan verwacht. De netto onderbesteding op dagelijks beheer en onderhoud is toegelicht bij de 3e w-vraag in doel 2.1. Onderstaande financiële weergave, presentatie in netto kasgelduitgave, sluit hier op aan.

 

(bedragen x € 1.000)

Begroting

Rekening

Saldo

Dagelijks beheer en onderhoud

22.467

21.691

776

Planmatig onderhoud (exploitatie en te activeren uitgaven)

70.655

72.501

-1.846

Totaal

93.122

94.192

-1.070

 

De Begroting 2014 is opgesteld op basis van het vigerende beleid. Sindsdien is de nota Investeringen, waarderingen en afschrijvingen geactualiseerd (activeren in het jaar van technisch gereed), is het procedureel kader infrastructuur vastgesteld en is het MPO opgesteld. Het MPO en de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen hebben betrekking op het onderhoud van het bestaande areaal

Recreatiegebieden

Beleid

In het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015 hebben Gedeputeerde Staten te kennen gegeven dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan worden georganiseerd en zij hebben besloten om in te zetten op overdracht van de provinciale recreatiegebieden aan gemeenten, terrein beherende organisaties of private partijen. Sinds 2013 zijn diverse provinciale recreatiegebieden overgedragen. De financiële consequenties hiervan worden in de loop van 2015 expliciet gemaakt middels een meerjarenonderhoudsplan voor de provinciale recreatiegebieden die (vooralsnog) in provinciaal eigendom en beheer blijven.

De afgelopen jaren wordt in de gebieden, door middel van een planmatige aanpak van het beheer en onderhoud, een constante kwaliteit nagestreefd. Het terreinbeheermodel (TBM) is de basis voor de berekening van beheerkosten, net als bij de natuur- en recreatieschappen. Inmiddels is ook voor de Provinciale Recreatiegebieden (PRG's) het TBM operationeel. Vanuit het functie gestuurd beheren (volgens TBM) wordt ieder jaar bekeken welke noodzakelijke onderhoudsactiviteiten en investeringen in het betreffende jaar moeten worden gepleegd. Deze werkwijze geeft tevens een doorkijk naar de komende periode, waardoor geanticipeerd kan worden op een eventuele structurele verhoging van de begroting danwel of een integrale heroverweging van functies, doelen en middelen voor de PRG's noodzakelijk is.

In navolging van het gewijzigde beleid van de natuur- en recreatieschappen ten aanzien van beheer en onderhoud van de recreatiegebieden is het beheerbeleid voor de PRG's meer gericht op structureel beheer, waarbij in de jaarlijkse lasten naast het reguliere onderhoud ook rekening wordt gehouden met groot onderhoud en vervangingsinvesteringen.

Beheer

In Zuid-Holland ligt ongeveer 8.500 ha openbaar buitenstedelijk recreatiegebied. Veel van deze gebieden worden beheerd door natuur- en recreatieschappen. De provincie heeft echter ook een deel van de recreatiegebieden zelf in eigendom en beheer, de zogenaamde Provinciale Recreatiegebieden (PRG's). Deze PRG's beslaan een areaal van circa 670 ha, verspreid over 26 gebieden. De bekendste gebieden zijn Vlietland (290 ha) en het Valkenburgse Meer (21 ha). Deze PRG's liggen in de meeste gevallen dicht bij het grootstedelijke gebied. Hierdoor hebben de gebieden bij de inrichting over het algemeen een intensief karakter gekregen. De intensieve inrichting vertaalt zich in relatief hoge onderhoudskosten per hectare.

 

(bedragen x € 1.000)

Begroting

Rekening

Saldo

Onderhoud provinciale recreatiegebieden

1.687

1.877

-189

 

Gebouwen

 
Beleid

Gebouwen zijn kapitaal intensief en hebben een grote invloed zowel op het feitelijk functioneren van de medewerkers als op de beeldvorming van de provinciale organisatie. In de Strategische huisvestingsvisie 2010-2014 zijn de ontwikkelingen op het gebied van werk, digitalisering en representatie meegenomen.

In december 2011 is door Provinciale Staten de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen, onderdeel Gebouwen 2012-2015 vastgesteld, met als beleidsuitgangspunt een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. In het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 zijn de beleidskaders nader uitgewerkt.

 
Beheer

Het beheer en onderhoud is planmatig georganiseerd en mede gericht op het actueel houden van de genoemde functionaliteiten. Het onderhoud van het provinciehuis is uitgevoerd op basis van het Beheerplan Gebouwen 2013-2016 en is uitgewerkt in een jaarlijks te actualiseren Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP).

Het MJOP voor het provinciehuis is geactualiseerd naar de huidige inzichten en prijsniveau 2015 en gecorrigeerd voor de periode 2015-2030. De hieruit verkregen inzichten worden gebruikt als basis voor het onderhoud, maar vooral om een systeem van planmatig onderhoud te operationaliseren en te optimaliseren. Het vormt mede de basis voor een (kosten) efficiënte aanpak van verbouwingen.

De huisvestingsbehoefte van de provincie is veranderd, mede als gevolg van de reorganisatie Focus met Ambitie en het project Het Nieuwe Werken. Reductie van de formatie en een andere manier van werken in een flexibel kantoor leveren in de komende jaren vermindering van werkplekken en daardoor besparing in ruimtegebruik op.
Op basis van de Strategische Huisvestingsvisie 2010-2014 is een inrichtingsmodule ontwikkeld voor de invoering van het flexibel kantoorconcept in de bouwdelen A en B van het provinciehuis. In deze inrichtingsmodule is de interactie tussen het kantoorconcept (de fysieke insteek), de digitale infrastructuur en het concept Het Nieuwe Werken (houding en gedrag) samen gekomen. De verbouwingswerkzaamheden voor het flexibel kantoorconcept zijn in september 2014 gestart en zullen in maart 2015 zijn afgerond.

De ruimtewinst die is ontstaan als gevolg van invoering van de Strategische Huisvestingsvisie is gebruikt om extern gehuisveste organisatieonderdelen terug te plaatsen in het provinciehuis of voor het aantrekken van geschikte marktpartijen. In dat kader zijn de medewerkers van de locatie Unie van Waterschappen en het regiokantoor in Leiden, gehuisvest in het provinciehuis en is het huurcontract van het regiokantoor Dordrecht flexibel gemaakt. Het regiokantoor in Dordrecht is tot eind 2015 gehuurd.

 
Onderhoud

In 2014 zijn de toiletgroepen en liften van bouwdeel C gerenoveerd. In de bouwdelen C en D en in de garage heeft er op beperkte schaal noodzakelijk onderhoud plaatsgevonden op basis van het MJOP.

Het noodzakelijk groot onderhoud, de verbetering van de doelmatigheid en het actualiseren van de inrichting van het bestuursgebouw (etages 01 en 02) is, in verband met de Statenverkiezingen 2015, uitgesteld tot na de verkiezingen 2015.

Het onderhoud aan de provinciale gebouwen is zoveel mogelijk gecentraliseerd en belegd in contracten waarbij duurzaamheid, maar ook kostenreductie en doelmatigheid belangrijke uitgangspunten zijn.

Op het gebied van energiebesparing en klimaatbeheersing hebben verschillende activiteiten ertoe geleid dat voor het provinciehuis het energielabel A geldt. Gebouw D voldoet door verschillende aanpassingen eveneens aan energielabel A.