Paragraaf Financiering

Inleiding

De financieringsparagraaf in de begroting is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het Treasurystatuut en de Financiële Verordening zijn een leidraad voor de inrichting van de financieringsfunctie. Bij de inrichting van de financieringsfunctie staan de rente- en debiteurenrisico-beheersing centraal.

Ontwikkelingen

Voorgenomen investeringen in relatie tot de bestaande beschikbaarheid van reserves en voorzieningen zijn van invloed op de financieringsstructuur, de algemene dekkingsmiddelen, van de provincie. De financierings­positie van de provincie is onderhevig aan wijzigingen als gevolg van achterblijvende investeringen waardoor tijdelijk sprake is van een overschot aan beschikbare middelen. De lopende investeringsagenda in combinatie met het vermogen van de provincie leidt eind 2014 tot een externe financieringsbehoefte.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet is een door de Wet Fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar.

Als grondslag van de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt de omvang van de jaarbegroting per 1 januari voor het gehele begrotingsjaar aangehouden. Voorts wordt de omvang van de kasgeldlimiet, zijnde 7%, vastgesteld bij ministeriële regeling. Tenslotte wordt het aldus berekende bedrag getoetst aan de werkelijke omvang van de kasgeldlimiet. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding. Op basis van de huidige cijfers voldoet de provincie aan de kasgeldlimietnorm. Voor het bepalen van de kasgeldlimiet dienen leningen met een oorspronkelijke looptijd van korter dan een jaar in beschouwing te worden genomen.

Kasgeldlimiet 2014

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1.000)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

1

Toegestane kasgeldlimiet

       
 

In % van de grondslag

7%

7%

7%

7%

 

In bedrag

56.930

56.930

56.930

56.930

2

Vlottende schuld

-

-

-

-

3

Vlottende middelen

-236.933

-158.575

-80.217

1.860

Toets kasgeldlimiet

       

4

Netto vlottende schuld (+)

-236.933

-158.575

-80.217

1.860

 

Overschot vlottende middelen (-) (2 - 3)

       

5

Ruimte (+) / Overschrijding (-)

293.863

215.505

137.147

55.070

Renterisico

Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de langlopende leningen in enig jaar moet worden geherfinancierd. De wet stelt criteria voor de berekening van het risico op de vaste schulden, zoals deze zijn vastgelegd in de renterisiconormdefinitie. Door middel van deze norm wordt een kader gesteld waarmee een zodanige opbouw van de langlopende leningen wordt bereikt, dat het renterisico uit hoofde van renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.

Bij de afweging om over te gaan tot het afdekken van het renterisico zullen de jaarlijks bij Voorjaarsnota bijgestelde inzichten ten aanzien van onderuitputting van de begroting worden betrokken. Afgaande van het gerealiseerde investeringsverloop zal in het begrotingsjaar overgegaan worden tot het aangaan van aanvullende leningen ter afdekking van het renterisico.

Renterisiconorm 2014

Renterisico op de vaste schuld

(bedragen x € 1.000)

2014

2015

2016

2017

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

0

0

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

0

0

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a-1b)

0

0

0

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

0

0

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

0

0

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b)

0

0

0

0

5

Betaalde aflossingen

35.225

35.225

34.158

34.158

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

0

0

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2+6)

0

0

0

0

Renterisiconorm

       

8

Stand van de vaste schuld per 1 januari

540.319

505.094

469.869

435.711

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld %

20%

20%

20%

20%

Toets renterisiconorm

       

10

Renterisiconorm (op basis van begrotingstotaal)

162.658

162.658

162.658

162.658

7

Renterisico op de vaste schuld

0

0

0

0

11

Ruimte (+) / Overschrijding (-) (10-7)

162.658

162.658

162.658

162.658

Rentebaten en- lasten

In 2014 bedragen de renteverplichtingen uit hoofde van afgesloten vaste leningen € 24,2 mln. De tijdelijke liquiditeitsoverschotten leiden in 2014 naar verwachting tot renteopbrengsten van € 0,2 mln.

De beschikbare liquiditeiten zullen verder afnemen gedurende 2014. Dit leidt eind 2014 tot een externe financieringsbehoefte.

Kredietrisico

Met ingang van 31december 2013 zullen tijdelijk overtollige middelen worden ondergebracht bij het ministerie van Financiën, in het kader van de voor de decentrale overheden geldende verplichting tot schatkistbankieren.

Er is tussen het Ministerie van Financiën en de Bank Nederlandse Gemeenten voor onder meer het Geldmarktselectfonds een overgangsregeling afgesproken, waarbij uitzettingen die zijn verricht vóór 4 juni 2012, zijnde de datum van het Lenteakkoord, voortgezet kunnen worden na 31 december 2013. Deze uitzettingen zullen gefaseerd worden afgebouwd in 2014.

Kredietverlening uit hoofde van publieke taak

In februari 2004 is door uw Staten besloten tot het verstrekken van een renteloze achtergestelde geldlening ad € 4,5 mln aan de regionale omroep RTV West, alsmede een renteloze achtergestelde geldlening ad € 2,5 mln aan de regionale omroep RTV Rijnmond (Statenbesluit 5403). De standen ultimo 2013 belopen respectievelijk € 1,2 mln en € 0,8 mln. Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar deze zijn verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, te weten het reddingsplan regionale omroepen.

De leningen kennen vanwege hun achtergestelde karakter en de kwaliteit van de debiteur een hoog kredietrisico. Gegeven de huidige financiële positie van de omroepen, is het kredietrisico als beperkt te typeren. Voorts zijn beheersmaatregelen getroffen voor het beperken van dit risico. De omroepen brengen viermaandelijks financieel verslag uit van hun activiteiten. Op 1 januari 2014 wordt de subsidierelatie met de omroepen beëindigd, vanwege de voorgenomen recentralisatie die mogelijk in 2016 leidt tot een fusie van beide omroepen. Dit heeft geen gevolg voor de aflossing van de leningen.

Externe ontwikkelingen

Schatkistbankieren

Door wijziging van de wet financiering decentrale overheden (Fido) worden decentrale overheden verplicht om overtollige liquide middelen tegen marktconforme rente[15] aan te houden in de schatkist per 31 december 2013. Het doel van de deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren is om de EMU-schuld van de collectieve sector te verlagen. De decentrale overheden krijgen geen beschikking over een leenfaciliteit bij de schatkist.

Economisch beeld [16]

De economische vooruitzichten binnen de Eurozone zijn overwegend somber. Dit geldt ook voor de overheidsfinanciën. De verslechtering lijkt echter af te vlakken; de economie krimpt minder snel. Voor 2014 wordt een matige groei van 1% voorzien. Daar staat echter wel een stijging van de werkloosheid tegenover met een verwachte omvang van gemiddeld 7%. Het EMU-tekort voor de Nederlandse overheid wordt voor 2014 geschat op 3,7% als gevolg van dalende belasting- en premieopbrengsten en stijgende werkloosheidsuitkeringen.

Rentevisie

Naar verwachting zal de ECB ook in 2014 een ruim monetair beleid blijven voeren. De rentetarieven op de kapitaalmarkt zullen onder invloed van een verwacht licht economisch herstel enigszins stijgen. Dit geldt hierbij ook voor de geldmarkttarieven.

De rente van schatkistbankieren is gelijk aan de rente waartegen de Nederlandse staat zichzelf financiert op de geld- en kapitaalmarkten.
Bron: Thésor, Rabobank, NV Bank Nederlandse Gemeenten, CPB.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Voorjaarsnota 2014.

Er zijn geen bijstellingen opgenomen voor dit onderwerp in de Najaarsnota 2014.

 

Inleiding

De financieringsparagraaf in de jaarstukken is een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de financieringsfunctie. Het treasurystatuut en de Financiële Verordening zijn een leidraad voor de inrichting en het functioneren van de financieringsfunctie. Bij de inrichting van de financieringsfunctie staan beheersing van het rente- en debiteurenrisico centraal.

Vanaf 31 december 2013 zijn de overtollige liquiditeiten ondergebracht bij het Agentschap van het ministerie van Financiën in het kader van het verplicht schatkistbankieren. Hierbij is rekening gehouden met de uitzondering afspraken die gelden voor de participaties in het geldmarktselectfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten.

Hiermee wordt voldaan aan de normering ten aanzien van het kredietrisico, zoals vastgelegd in de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) en de nadere uitwerking hiervan in de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) en de regeling Schatkistbankieren.

 

Externe ontwikkelingen

Het voorzichtige herstel hield in 2014 stand. De uitvoer was in belangrijke mate bepalend voor dit herstel. De energieprijzen dalen sterk en de euro kent een sterke depreciatie. Beide ontwikkelingen zijn gunstig voor de Nederlandse economie. De arbeidsmarkt herstelt licht; medio 2014 heeft de werkloosheid gepiekt. De inflatie is laag, mede door de lage olieprijzen.

Het EMU-tekort voor Nederland komt in 2014 uit op 2,3% procent van het bruto binnenlands product (BBP). Dit is evenveel als het jaar ervoor. Het gerealiseerde EMU-tekort voor Zuid-Holland was € 3 mln, ruim onder de referentiewaarde van € 78,8 mln.

In december 2014 is de lange rente in de kernlanden van de eurozone verder gedaald. In Duitsland ging de rente op 10-jaars staatsobligaties met 24 basispunten omlaag naar 0,30%. De 5-jaars rente daalde met 7 basispunten tot -0,05% en de 2-jaars met 8 basispunten tot -0,18%. Niet-staatsobligaties (credits) deden het over het algemeen iets minder goed dan staatsobligaties. Ook op de geldmarkt gingen de rentetarieven naar beneden. Het 3-maands Euribor-tarief eindigde de maand 3 basispunten lager op 0,05%

 

Ontwikkeling financieringsbehoefte

In 2014 vonden in overeenstemming met de contractuele bepalingen aflossingen plaats op de vaste leningen voor een totaalbedrag van € 35,2 mln. Daarnaast werden in 2014 renteverplichtingen voldaan voor een totaalbedrag van € 24,1 mln. In het verslagjaar werden geen nieuwe leningen op de kapitaalmarkt aangetrokken. Hierdoor bedraagt de stand van de opgenomen vaste geldleningen per ultimo jaar 2014 € 505,1 mln.

Gedurende het jaar was sprake van een fluctuerend verloop van de omvang van de liquiditeiten, mede als gevolg van de vertraging die ontstond in de realisatie van de voorgenomen investeringen. De beschikbare liquide middelen werden conform de regeling Schatkistbankieren ondergebracht bij het Agentschap van het ministerie van Financiën. Onderstaand worden de standen weergegeven telkens aan het eind van iedere maand.

 

Omvang vaste schuld

De omvang van de vaste schuld verliep als volgt: stand per 1 januari 2014 € 540,3 mln; na aflossingen van € 35,2 mln beliep deze per ultimo 2014 € 505,1 mln.

 

Treasuryresultaat

Het treasuryresultaat ten aanzien van kasvoorzieningen bedraagt € 0,5 mln. Het resultaat van de rentebaten uit korte termijn-uitzettingen vloeit voort uit de relatief hoge financieringsoverschotten in het verslagjaar. Deze resultaten zijn ten opzichte van vorig jaar sterk gedaald vanwege het verplicht schatkistbankieren en de beperkte rentevergoedingen die daarmee samenhangen. Per ultimo van het verslagjaar stond nog een bedrag van € 21,1 mln uit bij het geldmarkselectfonds van de BNG waar een gunstiger rentetarief voor geldt. Deze uitzondering op de regeling schatkistbankieren betreft een overgangsmaatregel die in 2015 komt te vervallen.

 

Risicobeheer

De provinciale begroting is gevoelig voor zowel de korte rente op de geldmarkt als de lange rente op de kapitaalmarkt. Dit vanwege het jaarlijkse contingent kortlopende uitzettingen, de jaarlijkse omvang van de aflossingsverplichtingen van de langlopende leningen, alsmede het financieringssaldo van het lopende en van toekomstige dienstjaren. Een hogere/lagere geldmarktrente vertaalt zich op korte termijn naar een hogere/lagere opbrengst voor kortdurende uitzettingen. Hiertegenover staat het omgekeerde effect van het nadeliger/voordeliger worden van de door de provincie op te nemen kortlopende middelen. Bij het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen wordt de regeling Schatkisbankieren gevolgd. Alle financieringsactiviteiten zijn uitsluitend gericht op de tenuitvoerlegging van activiteiten in het kader van de publieke taak. In het verslagjaar is extra aandacht geschonken aan de informatievoorziening ten behoeve van de liquiditeitsprognose.

 
Renterisico

Bij de strategie tot afdekking van toekomstige renterisico's wordt mede rekening gehouden met de voor de investeringen geldende afschrijvingstermijnen. De verwachting omtrent de renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt worden hierbij betrokken.

 

Kredietrisico

In februari 2004 is door Provinciale Staten besloten tot het verstrekken van een renteloze achtergestelde geldlening ad € 4,5 mln aan de regionale omroep RTV West, alsmede een renteloze achtergestelde geldlening ad € 2,5 mln aan de regionale omroep RTV Rijnmond (Statenbesluit 5403). De standen ultimo 2014 belopen respectievelijk € 0,7 mln en € 0,5 mln.

Het betreft hier geen leningen die zijn verstrekt uit hoofde van de treasury, maar deze zijn verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak, te weten het reddingsplan regionale omroepen.

De leningen kennen vanwege hun achtergestelde karakter en de kwaliteit van de debiteur een hoog kredietrisico. Gegeven de huidige financiële positie van de omroepen is het kredietrisico als beperkt te typeren. Voorts zijn beheersmaatregelen getroffen voor het beperken van dit risico. De omroepen brengen viermaandelijks financieel verslag uit van hun activiteiten.

 

Kasgeldlimiet

De norm van de toegestane omvang van de kasgelden is de bij Wet Fido bepaalde kasgeldlimiet. De limiet is een bedrag ter grootte van 7% van de jaarbegroting van de provincie bij aanvang van het verslagjaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld per kwartaal dient de kasgeldlimiet niet te overschrijden, in onderstaande tabel wordt de ruimte onder de kasgeldlimiet weergegeven. Hieruit blijkt dat de kasgeldlimiet niet wordt overschreden en er zelfs sprake is van een behoorlijke ruimte.

Voor het bepalen van de kasgeldlimiet zijn alle korte termijnleningen met een looptijd van korter dan een jaar in beschouwing genomen.

 
Toets kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet

(bedragen x € 1.000)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

Gemiddelde netto-vlottende schuld (+)/gemiddeld overschot vlottende middelen

-221.410

-231.729

-272.919

-282.511

Toegestane kasgeldlimiet

56.930

56.930

56.930

56.930

Ruimte (+)/Overschrijding (-)

278.340

288.659

329.849

339.441

 

Renterisiconorm

 
Renterisiconorm 2014

Renterisico op vaste schuld

(bedragen x € 1.000)

2014

1a

Renteherziening op vaste schuld o/g

0

1b

Renteherziening op vaste schuld u/g

0

2

Renteherziening op vaste schuld (1a - 1b)

0

3a

Nieuw aangetrokken schuld

0

3b

Nieuw uitgezette lange leningen

0

4

Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a - 3b)

0

5

Betaalde aflossingen

35.225

6

Herfinanciering (laagste van 4 en 5)

0

7

Renterisico op de vaste schuld (2 + 6)

0

Renterisiconorm

8

Begrotingstotaal per 1 januari

813.289

9

Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage

20%

10

Renterisiconorm

162.658

Toets renterisiconorm

10

Renterisiconorm

162.658

7

Renterisico op vaste schuld

0

11

Ruimte (+)/Overschrijding (-) (10 - 7)

162.658

 

Verantwoording

Het toezicht op de kasgeldlimiet en de renterisiconorm door het ministerie van Binnenlandse Zaken, vindt plaats in het kader van het reguliere begrotingstoezicht.