Programma 6 Middelen

Wat willen we bereiken?

De provincie streeft naar een financieel gezonde huishouding. Dit is van belang voor de rechtmatigheid van het provinciale handelen en voor de maatschappelijke legitimiteit van de provincie. De provincie werkt immers direct dan wel indirect (via het Rijk) met belastinggeld van burgers en bedrijven. Een financieel gezonde huishouding komt in de eerste plaats tot uitdrukking in een sluitende begroting, waarin baten en lasten meerjarig met elkaar in evenwicht zijn (zie hiervoor het meerjarig financieel perspectief). In de tweede plaats dient de provincie te beschikken over voldoende weerstandscapaciteit. Deze is nodig om financiële consequenties van (niet-begrote) risico’s op te kunnen vangen.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

6.1.

weerstandsvermogen[9]

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

Toelichting Effectindicatoren

De mate waarin de provincie in staat is om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen wordt uitgedrukt in het weerstandsvermogen. Dit is een kengetal dat de verhouding weergeeft tussen de weerstandscapaciteit (dat zijn de middelen die de provincie beschikbaar heeft of kan maken om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen) en de in euro’s gekwantificeerde omvang van potentiële risico’s. De provincie streeft naar een weerstandsvermogen van minimaal ‘twee’, dat wil zeggen dat voor elke euro aan gekwantificeerde risico’s er minimaal twee euro aan weer-standscapaciteit moet zijn. Bij de bepaling van het weerstandsvermogen wordt een onderscheid gemaakt tussen de incidentele, financiële gevolgen van risico’s (die worden afgedekt door incidentele middelen op de begroting); en structurele financiële gevolgen (die worden afgedekt door structurele middelen). Het weerstandsvermogen voor incidentele gevolgen van risico’s bedraagt ‘6,3’; het weerstands­vermogen voor structurele gevolgen van risico’s bedraagt ‘4,5’. Dit is in beide gevallen ruim boven de streefwaarde. Opgemerkt dient te worden dat het gezien de aanhoudende economische crisis nog erg onzeker is hoe het weerstandsvermogen zich op langere termijn gaat ontwikkelen.

Nulmeting op basis van de stand Jaarrekening 2010 (pagina 150).

 

Wat hebben we bereikt?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

6.1.a

weerstandsvermogen

≥ 2,0

≥ 2,0

≥ 2,0

 
Verantwoording Effectindicatoren

Uit de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing blijkt dat het doel in 2014 is gerealiseerd.

Het weerstandsvermogen drukt de mate uit waarin decentrale overheden in staat zijn om de financiële gevolgen van risico's (dat wil zeggen: niet-begrote lasten) op te kunnen vangen.

Het weerstandsvermogen wordt berekend door de middelen die beschikbaar zijn of beschikbaar gemaakt kunnen worden (de zogeheten weerstandscapaciteit) te delen door de financiële omvang van geïnventariseerde risico's. Een weerstandsvermogen van minimaal "€œ2"€ betekent dat er voor elke euro aan risico's minimaal 2 euro aan weerstandscapaciteit moet zijn.

De weerstandscapaciteit en risico's worden toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.