Programma 4 Bestuur en Samenleving

Wat willen we bereiken?

De bestuurlijke verhoudingen in Nederland zijn in de afgelopen periode gewijzigd. Decentralisaties en bestuursakkoorden hebben er toe geleid dat de provincie een helderder profiel heeft gekregen met duidelijk omschreven kerntaken. Op de terreinen ruimte, natuur, regionale economie en mobiliteit is de provinciale rol versterkt. Tegelijkertijd is het bestuurlijk palet bij inliggende en aangrenzende overheden in beweging: de WGR-plus wordt opgeheven, het wetsvoorstel voor de vorming van een Noordvleugelprovincie is door de minister ingediend en gemeenten staan aan de lat om een aantal grote decentralisaties in het sociale domein op te pakken. Bestaande samenwerkingsverbanden worden daarom tegen het licht gehouden en veel bestuurlijke partners zijn op zoek naar nieuwe manieren om zich als regio te organiseren. Dit geldt ook voor de gemeenten. De provincie zet zich actief in voor krachtige, slagvaardige en robuuste gemeenten die de lokale taken en regionale opgaven goed kunnen oppakken. Het Hoofdlijnenakkoord staat onveranderd overeind; er is geen aanpassing nodig. Wat echter noodzakelijk blijkt, is een aanmerkelijk (pro)actiever uitvoering ervan dan bij het opstellen van het akkoord was voorzien. In 2013 hebben wij een koers ingezet met betrekking tot de bestuurlijke inrichting van Zuid-Holland. Hierover blijven wij ook in 2014 met gemeenten en andere bestuurlijke partners in gesprek. In dit kader zullen Gedeputeerde Staten initiatieven voor regionale bestuurskrachtonder­zoeken en evaluaties van de regionale samenwerking ondersteunen. Ook bijdragen aan gezamenlijk met de gemeenten in te stellen externe onderzoekscommissies en aan procesbegeleiding van discussies over de bestuurlijke toekomst van gemeenten behoren tot de mogelijkheden. In het kader van de Europese Topregio willen Gedeputeerde Staten met de regio’s komen tot uitvoeringsagenda’s.

Ten aanzien van onze wettelijke toezichtsverantwoordelijkheid (interbestuurlijk- en financieel toezicht) willen wij dit sober en proportioneel uitvoeren, uitgaande van de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten en een goede werking van de eigen democratische controle door de raden (horizontaal toezicht). Daarnaast wil de provincie de toezichtlasten voor gemeenten zoveel mogelijk te beperken.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

4.2.a

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten dat wettelijk verplichte gemeentelijke taken uitvoert conform de wet

57%

(67)

75%

80%

85%

90%

4.2.b

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten, dat valt onder regime repressief financieel toezicht, exclusief gemeenten in Arhi- procedures

95%

90%

95%

95%

95%

 

Toelichting Effectindicatoren

4.2.a: In 2012 hebben Gedeputeerde Staten zes taakgebieden benoemd waarop de provincie actief informatie gaat verzamelen over de wettelijke taakuitoefening door gemeenten. De selectie van wetten is gemaakt op basis van de uitgangspunten dat er sprake moet zijn van een reëel risico op niet-naleving door een gemeente, en dat dit niet-naleven kan resulteren in een grote maatschappelijke impact. Het gaat om de taakgebieden: financiën, ruimtelijke ordening, huisvesting verblijfsgerechtigden, omgevingsrecht / Wabo, externe veiligheid, archief- en informatiebeheer. Het percentage is het percentage gemeenten waar de taakuitoefening op alle zes taakgebieden op orde is. De beoordeling (nulmeting) is een interne interpretatie op basis van gegevens die de provincie zelf heeft verzameld en niet op basis van de gegevens die de gemeenten hebben geleverd. Het getal 67 staat voor het aantal Zuid-Hollandse gemeenten. De uitkomsten van de nulmeting zijn conform het te verwachten percentage zoals opgenomen in de begroting 2013. Het percentage kan enerzijds worden verklaard doordat het deels gaat om nieuwe gemeentelijke wettelijke taken die nog door gemeenten moeten worden opgepakt en derhalve nog laag scoren. Anderzijds was sprake van achterstanden.

Voor de taakgebieden zullen eind 2013 bestuursovereenkomsten tussen de provincie en de gemeenten gesloten zijn met daarin afspraken over de benodigde informatie inzake de uitoefening van de geselecteerde wettelijke taken door gemeenten. Op basis daarvan zal in het jaar 2014, voor het eerst, de nulmeting zijn gebaseerd op de gegevens die door de gemeenten zelf worden aangeleverd. De verwachting is dat de bestuursovereenkomsten vanaf 2014 zullen bijdragen aan een sterker commitment bij gemeenten om de uitvoering van hun wettelijke taken conform de wet verder te verbeteren. Met als doel deze wettelijke taakbehartiging verder onderdeel te laten worden van de reguliere planning- en controlcyclus van de gemeenten (horizontale verantwoording tussen college en gemeenteraad). Dat neemt niet weg dat de verwachting is dat gemeenten nog een flinke stap zullen moeten zetten om de deels nieuwe taken goed op te pakken en achterstanden in te halen, reden waarom de percentages voor de jaren 2014-2016 iets neerwaarts is bijgesteld.

4.2.b: Om voor repressief toezicht in aanmerking te kunnen komen, dienen gemeenten een sluitende begroting te presenteren, dan wel aannemelijk te maken dat de begroting binnen het meerjaren perspectief materieel in evenwicht komt. Vanwege de economische situatie verkeren ook de Zuid-Hollandse gemeenten in zwaar weer. Door de verwachte verdergaande tekorten op de grondexploitaties in combinatie met decentralisaties van

verschillende rijkstaken, wordt ook 2014 weer een moeilijk jaar voor gemeenten. Door proactief signaleren, gemeenten te wijzen op trends en ontwikkelingen en hierover waar nodig bestuurlijk overleg te voeren, zijn gemeenten zich ervan bewust dat er tijdig keuzes gemaakt moeten worden. Hierdoor slagen gemeenten er veelal in om ondanks de grote opgaven wel een sluitende begroting en/of meerjarenperspectief te realiseren. Wij verwachten dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn.

 

Wat hebben we bereikt?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

4.2.a

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten dat wettelijk verplichte gemeentelijke taken uitvoert conform de wet

57%

(67)

75%

 

65%

4.2.b

Aandeel Zuid-Hollandse gemeenten dat valt onder regime repressief financieel toezicht, exclusief gemeenten in Arhi- procedures

95%

90%

 

97%

 
Verantwoording Effectindicatoren

4.2.a: Het doel is deels gerealiseerd. In 2014 hebben de provincie en de gemeenten voor het eerst invulling gegeven aan de uitwerking van de in de bestuursovereenkomst opgenomen afspraken. De gemeenten hebben informatie aangeleverd voor een zestal taakgebieden: financiën, ruimtelijke ordening, omgevingsrecht/Wabo, externe veiligheid (provinciale risicokaart), informatie- en archiefbeheer en huisvesting vergunninghouders. De provincie heeft deze gegevens beoordeeld, waarbij is gebleken dat gemeenten nog een flinke stap moeten zetten om de deels nieuwe taken goed op te pakken en achterstanden in te halen. Dat verklaart het lagere realisatiepercentage. Ten opzichte van de in 2013 door de provincie uitgevoerde interne nulmeting is er wel sprake van een stijgende lijn. De implementatie van de bestuursovereenkomst vanaf 2014 heeft bijgedragen aan een sterker commitment van gemeenten om de uitvoering van hun wettelijke taken verder te verbeteren. Verwachting is dat het realisatiepercentage in 2015 en volgende jaren zal stijgen.

4.2.b: Het beoogde doel is ruimschoots gehaald aangezien eind 2014 één gemeente, te weten Lansingerland, nog onder preventief toezicht stond.