Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Wat willen we bereiken?

Op Europees en nationaal niveau zijn doelstellingen afgesproken voor een CO2-reductie van 20% in 2020 ten opzichte van het niveau van 1990 en dat 14% van de primaire energieconsumptie in 2020 afkomstig moet zijn uit hernieuwbare bronnen. Aan deze doelen dragen alle overheidslagen bij. De provincie draagt vooral bij door de ruimtelijke voorwaarden voor de productie van duurzame energie te scheppen en de economische bedrijvigheid op dat gebied te versterken. Een van de prioriteiten van de laatste twee jaren van deze collegewisseling betreft de energietransitie (breed zowel duurzame energie, energiebesparing als biobased economy). Op basis van deze prioriteitstelling en het SER akkoord wordt een nadere invulling gegeven aan het energieprogramma.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

3.5.a

Jaarlijks gerealiseerd percentage duurzame energie waaronder:

· jaarlijkse toename van het aantal toegevoegde megawatt gerealiseerde windenergie;

· jaarlijkse toename van het aantal toegevoegde megawatt gerealiseerd vermogen uit warmteprojecten.

2,2%

 

250

 

150

6%

 

325

 

250

7%

 

350

 

350

8%

 

375

 

450

9%

 

400

 

550

Toelichting Effectindicatoren

· Het voor windenergie vastgestelde beleidsdoel (Nota Wervelender januari 2011) is 350 MW opgesteld vermogen in 2015 en 735,5 MW in 2020. Voor warmte zal de jaarlijkse prestatie vanaf 2014 fors moeten gaan stijgen, in samenhang met de vervanging van de bestaande stadsverwarmingen die dan aan de orde komt. De effecten van de provinciale beleidsinzet laten zich uitdrukken als percentage van het totale energiegebruik of per optie in megawatt gerealiseerd vermogen. Daarbij wordt aangetekend dat bij een stijgend energiegebruik het percentage duurzaam kan dalen, ondanks toegenomen opgesteld vermogen.

· De nulmeting van het percentage duurzame energie is aangepast aan de nauwkeurigere cijfers afkomstig uit de energiemonitor. De megawatts zijn cumulatief weergegeven.

 

Wat hebben we bereikt?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

3.5.a Jaarlijks gerealiseerd percentage duurzame energie waaronder: 2,2% 6% NNB
 

• jaarlijkse toename van het aantal toegevoegde megawatt gerealiseerde windenergie

250 325 316
 

• jaarlijkse toename van het aantal toegevoegde megawatt gerealiseerd vermogen uit warmteprojecten

150

250

100

 
Verantwoording Effectindicatoren

Percentage duurzame energie: het percentage duurzame energie over 2011 bedraagt 2,2%. In 2015 wordt de tweejaarlijkse energiemonitor uitgevoerd en komen de cijfers over 2013 beschikbaar. Deze geven een indicatie voor 2014.

Windenergie: het doel is deels gerealiseerd, eind 2014 bedroeg het opgesteld vermogen 316 megawatt (MW). In 2014 zelf is er in totaal 46 MW windenergie gerealiseerd. De belangrijkste oorzaak is: er zijn geen 'makkelijke' windenergie locaties meer. De benodigde inspanning ten behoeve van realisatie per locatie (onderzoeken, bezwaarprocedures) is groter waardoor de doorlooptijd langer wordt; De overall doelstelling van 735,5 MW in 2020 is, zoals uiteengezet in de in november 2014 door de Statencommissie Ruimte en Leefomgeving behandelde voortgangsrapportage windenergie, naar verwachting haalbaar. Dit, aangezien naar verwachting in 2019 veel MW zal worden gerealiseerd. Grote locaties, zoals Goeree-Overflakkee (ca. 225 MW) en Maasvlakte 2, vergen lange ruimtelijke procedures en worden vervolgens in relatief korte tijd gerealiseerd. In 2014 zijn de windenergielocaties voor Goeree-Overflakkee opgenomen in de gemeentelijke én de provinciale structuurvisie. De realisatiefase is nu begonnen. In 2014 heeft de provincie het volgende gerealiseerd: Het provinciale instrumentarium om windenergie-projecten te kunnen versnellen is inmiddels op orde en conform de afspraken met het Rijk. De provincie beschikt nu over voldoende mogelijkheden om realisatie actief te bevorderen; De personele inzet op dit dossier is in 2014 geïntensiveerd en zal in 2015 nog wat verder worden geïntensiveerd.

Warmte: het doel is deels gerealiseerd, in 2014 is in totaal circa 50 MW warmteprojecten gerealiseerd, het totale gerealiseerde vermogen bedraagt ruim 200 MW: Met name "€œkleinere"€ warmteprojecten, zoals geothermieboringen in de glastuinbouw, hebben last van de economische crisis. Door de beperkte economische ontwikkeling, stokt de vraagzijde (bijvoorbeeld bij woningbouw) en blijkt het in de praktijk zeer lastig om deze projecten gefinancierd te krijgen. In de nog te starten EFRO regeling "€œKansen voor West II"€ worden afspraken voorbereid om de beschikbare middelen van de gemeenten R'dam en Den Haag en de provincie Zuid-Holland in te zetten voor warmteprojecten;

  • Op 1 oktober 2014 is de "€œleiding over noord"€ van Eneco in gebruik genomen. De capaciteit van deze leiding, circa 100MW, is nog niet volledig meegeteld in de doelstelling van 2014 omdat de leiding pas in de laatste drie maanden van 2014 beschikbaar was.

  • Het programmabureau warmte en koude Zuid-Holland is inmiddels volledig op stoom. De effecten van het programmabureau zijn zichtbaar in de landelijke politiek, waar groeiende aandacht voor het thema warmte is. Dit is onder andere terug te zien in het SER energieakkoord en de warmtevisie, die minister Kamp voorjaar 2015 naar de 2e kamer gaat sturen. In beide documenten worden de Zuid-Hollandse warmte doelen erkend en overgenomen;

  • Gestart is met de voorbereidingen voor de realisatie van de grootschalige warmteleiding tussen Rotterdam en Den Haag, "€œcluster west"€. Door de gemeenten Rotterdam, Delft, Westland, Den Haag en de provincie Zuid-Holland is daartoe een bestuurlijke opdracht verstrekt.