Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Wat willen we bereiken?

De provincie wil de regionale economie versterken door ruimte te scheppen voor economische groei. De provincie voert daartoe samen met haar partners in de Zuidvleugel (overheden, bedrijfsleven en kennis­instellingen) de gezamenlijke economische agenda uit. De provincie richt zich daarbij specifiek op drie economische pijlers: transitie Haven Industrieel Complex (mainport), Greenports en de Kennisas[6]. Specifieke instrumenten die de provincie inzet om ruimte te scheppen voor economische groei zijn het ruimtelijke instrument en het mobiliteitsbeleid. De opgaven in de betreffende economische pijlers vragen om een integrale aanpak van met elkaar samenwerkende provinciale afdelingen. Bijvoorbeeld bij de uitvoering van het Havenconvenant, waar de provincie een van de ondertekenende partijen is. Het convenant gaat niet alleen over de haveneconomie maar ook over milieuzaken, natuur en wonen. Een ander voorbeeld zien we op het raakvlak van economie en verkeer & vervoer (fresh corridor). Het transport van groenten en fruit uit de Greenports verloopt meer en meer via containers. Deze opgave heeft verstrekkende gevolgen voor het Zuid-Hollandse transportnetwerk en de relatie tussen de haven van Rotterdam en de Greenports. Inspelen op deze opgave, die onderdeel vormt van de modernisering van de Greenports, vraagt om een passend provinciaal mobiliteitsbeleid. Kortom, het versterken van de regionale economie, doelstelling van de provincie, vraagt om een integrale aanpak.

Belemmeringen liggen onder meer op terreinen als kennisvalorisatie, totstandkoming en financiering van innovatie en internationale positionering. De provincie heeft in dit proces de rol van kadersteller, verbinder en implementeerder. In 2014 gaat de ROM-Zuidvleugel van start met een bijeengebracht kapitaal van € 28,7 mln. Het programma biedt veelbelovende innovatieve bedrijven financiering en richt zich op sterke economische sectoren van Zuid-Holland die zich met (nieuwe) technologie bezighouden. Daarbij gaat het in Zuid-Holland om cleantech (biobased, deltatechnologie en infrastructuur & mobiliteit), medische technologie en security. Een dynamische en duurzame economie vereist voldoende juiste hoeveelheid ruimte voor werkfuncties van de gewenste kwaliteit op de meest functionele en efficiënte plaats. In onze dichtbevolkte provincie zijn hierbij zuinig en efficiënt ruimtegebruik de uitgangspunten. De provincie zet in op monitoring en begeleiding van de uitvoering van de herstructureringsopgave voor bedrijventerreinen door gemeenten waaraan de provincie in het verleden UHB-subsidie heeft toegekend. Verder streeft de provincie naar behoud van en modernisering van het greenport areaal in de tuinbouwconcentratiegebieden. Verspreid liggend glas zal daarbij gesaneerd worden. Een ander doel is het leegstandspercentage van kantoren in Zuid-Holland omlaag te krijgen tot een niveau dat gelijk is aan of lager is dan het landelijk gemiddelde percentage. De provincie wil voor Zuid-Holland een sterke regionale economie bereiken die duurzaam is. Het verduurzamen van de energiehuishouding draagt bij aan versterking van de concurrentiekracht van de regio. De mogelijkheden om in Zuid-Holland restwarmte uit de industrie en aardwarmte uit de diepe ondergrond te benutten zijn bijzonder groot. De provincie bevordert actief de realisatie van een warmte-infrastructuur. Dit is essentieel voor collectieve duurzame energievoorziening.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

3.4.a

Procentuele jaarlijkse groei van het inkomen van de prioritaire clusters

0,1%

0,1% boven landelijk gemiddelde

0,1%

boven landelijk gemiddelde

0,1%

boven landelijk gemiddelde

0,1%

boven landelijk gemiddelde

3.4.b

Leegstandspercentage kantoren Zuid-Holland ten opzichte van Nederland per 31/12

13,6%

(Landelijk 13,7%)

(1.665.300 m2)

= landelijk gemiddelde

= landelijk gemiddelde

= landelijk gemiddelde

= landelijk gemiddelde

Toelichting Effectindicatoren

3.4.a: De indicator doelt op de procentuele jaarlijkse groei van de totale toegevoegde waarde van alle bedrijfsklassen die tot de stuwende economische clusters worden gerekend. Gemonitord worden hier de groeiprestaties van de clusters, die tot het Havenindustrieel Complex, tot de Greenports en tot de Campussen behoren en waarbij de provinciale betrokkenheid het grootst is (Maritiem en Deltatechnologie, Transport & Logistiek, Greenports en Bioscience). Deze inspanningen moeten worden opgeteld bij die van het Rijk en andere overheden. De relatieve variabele (de groei is hoger dan het landelijk gemiddelde) schakelt de invloed van conjunctuur uit en legt het accent specifiek op de factoren die de Zuid-Hollandse groei bepalen.

3.4.b: Uit onderzoek (medio 2011) is gebleken dat het leegstandspercentage in Zuid-Holland 13,6% bedraagt en landelijk 13,7%. Medio 2013 bedraagt dat voor Zuid-Holland circa 14,9% en voor Nederland 14,7%. Tot 2013 zijn er meer m2 nieuwbouw kantoorruimte opgeleverd. Voor de komende jaren wordt een afname verwacht. De in de Structuurvisie Ruimte 2011 beoogde reductie van de plancapaciteit voor kantoorontwikkeling ligt goed op schema. De omvang van de transformatie van kantoren is de afgelopen jaren wat toegenomen. Naast deze ontwikkelingen die positief bijdragen aan het verminderen van de leegstand, staat de omvangrijke vermindering bij het Rijk van haar in gebruik zijnde kantoren in Zuid-Holland. Voor de gemeente Den Haag gaat het de komende 5 jaar om ongeveer 600.000 m2, in overig Zuid-Holland om circa 160.000 m2.

De provincie zal daarom inzetten op een aan de landelijke ontwikkeling gelijkblijvend leegstandspercentage voor Zuid-Holland. Transformatie van kantoren naar andere functies (vooral wonen) kan daartoe bijdragen, maar dat is vooral een aangelegenheid van de markt. De provincie zal hierbij waar mogelijk een faciliterende rol spelen. Ook indien transformatie zich verder doorzet zal dit niet de oplossing bieden voor de kantorenmarktproblematiek. Voor een flink deel zal uiteindelijk de sloophamer het enige alternatief zijn.

De vierde pijler van de regionale economie betreft Zakelijke dienstverlening (Veiligheid, ICT, Pensioenen en Hoofdkantoren). Publieke investeringen in de versterking van deze pijler zijn zeker nodig en urgent. De provincie ziet het eigenaarschap hiervoor bij de (grote) steden liggen.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

 

2014

2015

2016

2017

3.4.b

Leegstandspercentage kantoren Zuid-Holland t.o.v. Nederland per 31/12

13,6%

(landelijk 13,7%)

(1.665.300 m2)

Begroot

= landelijk gemiddelde

= landelijk gemiddelde

= landelijk gemiddelde

= landelijk gemiddelde

Prognose

> landeijke gemiddelde

     

Toelichting afwijking

3.4.b Begin 2014 is het leegstandspercentage in Zuid-Holland iets groter dan het landelijke. Naar verwachting van bijvoorbeeld de Nederlandse Vereniging Makelaars (NVM) zal de leegstand in kantoren verder toenemen bij een afnemende vraag. Zuid-Holland en met name de Haagse regio wordt geconfronteerd met het op de markt verschijnen van kantoren die het Rijk niet meer nodig heeft. Anderzijds zijn de mogelijkheden tot transformatie naar wonen ook beter. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de leegstand zich boven het landelijk gemiddelde blijft bewegen.

 

Wat hebben we bereikt?

 
 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

3.4.a

Procentuele jaarlijkse groei van het inkomen van de prioritaire clusters

0,1%

0,1% boven
landelijk gemiddelde

>0,1%

3.4.b

Leegstandspercentage kantoren Zuid-Holland t.o.v. Nederland per 31/12

13,6%

(Landelijk 13,7%)

(1.665.300 m2)

= landelijk gemiddelde

 

Landelijk 16%

Provincie ca. 16%

 

Verantwoording Effectindicatoren

3.4.a: Het doel is volledig gerealiseerd. De beschikbare cijfers en methodiek leiden tot de volgende conclusies. De provincie heeft in belangrijke mate financieel, bestuurlijk en organisatorisch bijgedragen aan de totstandkoming van het publiek-private uitvoerings- en investeringsprogramma van de Economische Agenda Zuidvleugel. De inzet van het investeringsprogramma is gericht op een verdere versterking van de prioritaire clusters van de Zuid-Hollandse economie en bestaat uit een twintigtal doorbraakprojecten en programma's. Deze inspanningen hebben tot onderstaande uitkomst geleid.

De omzetontwikkeling van de ondernemers in de Greenports was minder negatief dan landelijk. Ditzelfde geldt voor ondernemers in de maritieme cluster die een stabiele omzet hebben gerealiseerd, terwijl de omzet landelijk is gedaald. Ondernemers in de logistiek hebben zich in Zuid-Holland parallel ontwikkeld aan de Nederlandse ondernemers in het algemeen. De logistieke sector is in 2013 gekrompen.

Aangezien twee van de drie prioritaire clusters het beter hebben gedaan dan landelijk en de derde het even goed heeft gedaan mag geconcludeerd worden dat de prioritaire clusters het gezamenlijk beter dan landelijk hebben gedaan wat de omzetontwikkeling betreft.

 

3.4.b: In opdracht van de provincie actualiseert een organisatie momenteel diverse kengetallen voor de Zuid-Hollandse kantorenmarkt, welke in februari beschikbaar komen. Bijgaand beeld is indicatief en voorlopig.

De leegstand in Zuid-Holland nam in absolute termen toe, conform het landelijke beeld. Het leegstandspercentage in Zuid-Holland lag begin januari 2015 dicht in de buurt van het landelijke cijfer van 16% (bron: DTZ Zadelhoff). Daarmee is de doelstelling wellicht net wel/niet gerealiseerd. In de VRM (Visie Ruimte en Mobiliteit, juli 2014) zijn aanvullende maatregelen opgenomen die op middellange termijn kunnen bijdragen aan verbetering van de mismatch tussen vraag en aanbod van kantoren in Zuid-Holland, waaronder verdere planreductie met behulp van art. 3.3 in de Verordening, de aanpassingstermijn.