Programma 3 Ruimte, Wonen en Economie

Wat willen we bereiken?

De provincie wil de kansen en kwaliteiten van bodem en ondergrond meer inzetten voor het realiseren van haar maatschappelijke opgaven, met voldoende aandacht voor de bescherming van intrinsieke waarden, én de bodem en ondergrond meer integraal meenemen in haar ruimtelijke processen. Dit is een uitvloeisel van het in 2009 met andere overheidspartijen gesloten ‘convenant Bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties (Bodemconvenant)’ waarin is afgesproken om een transitie in gang te zetten van bodemsaneringsbeleid naar een bodemontwikkelingsbeleid en inbedding van het bodem ondergrondbeleid in het ruimtelijk instrumentarium.

In het Convenant zijn ook afspraken gemaakt over het saneren en/of beheersen van de gevallen van bodemverontreiniging die om milieuhygiënische redenen met spoed moeten worden aangepakt. De locaties met humane spoed moeten eind 2015 zijn gesaneerd of beheerst. De spoedlocaties met ecologische risico’s en verspreidingsrisico’s moeten uiterlijk 2015 in beeld zijn en waar mogelijk ook gesaneerd of beheerst. In het kader van de Midterm review (MTR, najaar 2013) is geconstateerd dat voor het gesaneerd of beheerst zijn van deze laatste spoedlocaties een programma moet worden opgesteld voor de periode tot uiterlijk 2018.

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

3.3

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico’s zijn verminderd dan wel weggenomen

0

124

54%

185

80%

208

90%

231

100%

Toelichting Effectindicatoren

Op basis van nader onderzoek in de jaren 2011 t/m 2013 is een reëel beeld verkregen van het aantal spoedlocaties en de kosten voor de aanpak van de spoedlocaties. Hierop en om de begrotingsindicator in overeenstemming te brengen met het Bodemconvenant 2009 zijn de effect- en prestatie-indicatoren voor 2014 en de daarop volgende jaren aangepast. In het Bodemconvenant 2009 zijn afspraken gemaakt over drie soorten risico’s: humane risico's, verspreidingsrisico's en ecologische risico's. De spoedlocaties met humane risico’s moet uiterlijk in 2015 zijn aangepakt, de overige twee categorieën pas uiterlijk in 2018. Om procesmatige en budgettaire redenen vindt, in tegenstelling tot wat eerder was beoogd, doorloop plaats na 2015. Vooral de complexere saneringsgevallen (procentueel de kleinste categorie) vergen meer tijd in de aanpak.

Spoedlocaties zijn locaties waarbij sprake is van ernstige verontreiniging met humane risico’s en/of verspreidingsrisico's en/of ecologische risico's. Het eerder gememoreerde onderzoek in de periode

2011-2013 laat zien dat Zuid-Holland 231 verontreinigde locaties telt waarbij in potentie sprake is van spoed. In 2015 mogen in Zuid-Holland geen verontreinigde locaties meer zijn waarbij nog sprake is van humane spoed. De risico’s zijn dan opgeheven door sanering of beheersing in afwachting van samenloop met andere ontwikkelingen. Het landelijk beeld van de voortgang van de aanpak van de spoedlocaties is weergegeven in een Midterm review (MTR) en voor de periode na 2014 worden in 2014 afspraken gemaakt voor budgettering en verdeling onder bevoegde overheden.

 

Wat hebben we bereikt?

 


Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

3.3.a

Aantal spoedlocaties waar per 31/12 risico's zijn verminderd dan wel weggenomen

0

124
(54%)

115

(50%)

 
Toelichting effectindicator

De doelstelling 2014 is grotendeels gerealiseerd.

Bij de nulmeting in 2011 waren 231 locaties in beeld. Het is echter een dynamische lijst waarbij er in de loop van de tijd op basis van onderzoek alsnog locaties kunnen worden toegevoegd dan wel afgevoerd. Van de oorspronkelijke lijst van 231 locaties zijn er 115 inmiddels afgerond. Van de nog 116 resterende locaties uit de lijst van 231 locaties, zijn 11 locaties in het stadium dat er alleen nog een administratieve afhandeling hoeft plaats te vinden en is op 34 locaties de sanering in uitvoering. Voor de overige 71 locaties is het onderzoek naar de benodigde acties nog gaande.

Sinds de nulmeting zijn er 26 locaties toegevoegd aan de (dynamische) lijst waar nog acties nodig zijn (de risico's verminderen dan wel wegnemen). Dit betekent dat het aantal locaties waarvoor per 1 oktober 2014 in principe nog acties nodig zijn, 142 bedraagt (te weten 116 + 26).