Programma 1 Groen en Water

Wat willen we bereiken?

De inzet in deze coalitieperiode is de aanleg van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), in herijkte vorm voort te zetten. Prioriteit komt daarbij te liggen op de internationale doelen: instandhouding van de doelen van de Natura 2000-gebieden met specifieke aandacht voor de verdrogings- en vermestingsproblematiek alsmede de KRW-maatregelen. Ook de ecologische verbindingen zijn onderdeel van de herijkte EHS. Particulier natuurbeheer maakt deel uit van het beheer van natuurgebieden.

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

1.4.a

Ontwikkeling natuurkwaliteit Zuid‑Holland
op basis van Alterrasystematiek (index ten
opzichte van 2010)

100

100

100

100

100

1.4.b

Percentage natuurgebieden dat voldoet aan
instandhoudings­doelstellingen Natura 2000
(areaal binnen vastgestelde beheerplannen
Natura 2000)

100%

(15.164 ha)

45%

(34.575)

45%

(54.200)

45%

(54.682)

45%

(54.682)

 
Toelichting Effectindicatoren

1.4.a: Het provinciaal natuurbeleid is gericht op het tegengaan van de achteruitgang van de biodiversiteit in de provincie. Een grote bijdrage wordt geleverd door aanleg van nieuwe natuur. Voor de kenmerkende gebiedstypen in Zuid-Holland wordt jaarlijks een index opgesteld als indicator voor de natuurkwaliteit in de provincie. Aan de hand hiervan meet de provincie of de standstill situatie wordt bereikt. De kenmerkende natuurgebiedstypen in de Ecologische Hoofdstructuur zijn: (half) natuurlijk grasland, bos, duin en moeras en agrarisch gebied buiten de Ecologische Hoofdstructuur.

In de Beleidsvisie Groen zijn naast de uitvoering van de EHS zogenaamde flankerende maatregelen benoemd die eveneens bijdragen aan het tegengaan van de achteruitgang van de biodiversiteit. In 2014 worden deze flankerende maatregelen verder uitgewerkt in projectafspraken. Dit betreft het realiseren van ecologische verbindingen (onderdeel Programmering EHS), beheer / inrichtings­maatregelen in de projecten voor groenblauwe dooradering, het agrarisch natuurbeheer en de projecten van tijdelijke natuur.

1.4.b: De verwachting is dat voor het areaal Natura 2000 gebieden in Zuid-Holland dat wordt aangelegd en waarvoor beheerplannen worden vastgesteld, de instandhoudingsdoelen nog niet meteen worden gehaald. Hiervoor is tijd nodig. Daarom wordt aangenomen dat de komende jaren gemiddeld 45% voldoet aan de instandhoudingsdoelstellingen, wat redelijk vergelijkbaar is met de landelijke situatie. In de nulmeting zitten 3 Natura 2000 gebieden waarvoor de beheerplannen zijn vastgesteld vóór 2012. Het areaal van deze 3 gebieden voldoet toevalligerwijs aan de instandhoudingsdoelen, waardoor de nulmeting uitkomt op 100%. De verwachte totale omvang van het areaal Natura 2000 gebieden in Zuid-Holland wordt circa 54.682 hectare. De realisatie en planning van beheerplannen wordt bepaald door de definitieve aanwijzingsbesluiten door het Rijk en de afronding van de landelijke discussie over de Programmatische Aanpak Stikstofdepositie.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

 

2014

2015

2016

2017

1.4.b

Percentage natuurgebieden dat voldoet aan instandhoudingsdoel­stellingen Natura 2000 (areaal binnen vastgestelde beheerplannen Natura 2000)

100%

(15.164 ha)

Begroot

45%

(34.575)

45%

(54.200)

45%

(54.682)

45%

(54.682)

Prognose

35%

(20.993)

     

Toelichting afwijking

1.4.b De prognose van het areaal vastgestelde beheerplannen is lager dan begroot, omdat in 2014 prioriteit gegeven wordt aan de Programmatische Aanpak Stikstof. Dit gaat ten koste van de planning voor de Natura 2000 beheerplannen. De prognose is naar beneden bijgesteld op basis van de geactualiseerde beheerplannen. Hierbij gaat het met name om het beheerplan Voordelta. De Voordelta heeft door het relatief grote oppervlak van het gebied een grote invloed op de cijfers. Zoals is toegelicht in de Begroting 2014 is het de verwachting dat voor het areaal Natura 2000 gebieden in Zuid-Holland waarvoor de beheerplannen worden vastgesteld, de instandhoudingsdoelen niet meteen worden gehaald. Hiervoor is tijd nodig. Daarom is aangenomen dat de komende jaren gemiddeld 45% van het areaal voldoet aan de instandhoudingsdoelstellingen, wat redelijk vergelijkbaar is met de landelijke situatie.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

 

2014

2015

2016

2017

1.4.b

Percentage natuurgebieden dat voldoet aan instandhoudings­doelstellingen Natura 2000 (areaal binnen vastgestelde beheerplannen Natura 2000)

100%

(15.164 ha)

Begroot

45%

(34.575)

45%

(54.200)

45%

(54.682)

45%

(54.682)

Prognose VJN

35%

(20.993)

     

Prognose NJN

29%

(17.219)

     

Toelichting afwijking

Omdat in 2014 veel capaciteit is besteed aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is de afronding van de Natura 2000 beheerplannen vertraagd en is de prognose 2014 ten opzichte van de Voorjaars­nota 2014 bijgesteld. Verwacht wordt dat de vertraging in 2015 wordt ingehaald.

 

Wat hebben we bereikt?


Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1.4.a

Ontwikkeling natuurkwaliteit Zuid-Holland op basis van Alterrasystematiek (index ten opzichte van 2010)

100

100

 

104

1.4.b

Percentage natuurgebieden dat voldoet aan instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 (areaal binnen vastgestelde beheerplannen Natura 2000)

100%

(15.164 ha)

45%
(34.575)

 

21%

(16.140)

 
Verantwoording Effectindicatoren

1.4.a: Het tot stand komen van de graadmeter biodiversiteit van Alterra loopt altijd twee jaar achter op het verzamelen van de gegevens in het veld. Een rapportage op basis van de gegevens uit 2013 is daarom nog niet beschikbaar (oplevering wordt verwacht begin maart 2015). Het meest recente beeld, gebaseerd op de gegevens uit 2012 is als volgt.

Het doel ten aanzien van de natuurkwaliteit is blijkens de meetgegevens 2012 gerealiseerd. De vergelijking van de biodiversiteitsgraadmeter 1.4.a met de graadmeter van 2010 dient echter met de nodige voorzichtigheid te gebeuren, omdat ook toevalsfactoren een rol kunnen spelen. Bovendien gaat het om een langjarige trend waar ook andere factoren dan het provinciale beleid op van invloed zijn. Als we deze vergelijking met 2010 toch maken dan ontstaat het volgende beeld:

  • Ecosystemen: Met de vier ecosystemen die grotendeels in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) liggen gaat het gemiddeld beter dan in 2010. Met het vijfde ecosysteem, 'agrarisch gebied (weidevogels)', dat geheel buiten de EHS ligt gaat het in 2012 slechter dan in 2010 (hoewel beter dan in 2011). Alles bij elkaar genomen is er over 2012 sprake van een kleine vooruitgang (4%) in vergelijking met 2010. De statistische trendlijn, die zich minder laat beïnvloeden door de resultaten uit één jaar, daalt nog wel maar de daling remt af.

  • Soorten: Het resultaat voor 'alle soorten samen' (dat niet wordt meegerekend in het gerapporteerde getal in de begroting) laat echter een minder positief beeld zien; voor de rode lijst soorten gaat het om een afname met 3%.

De uitbreiding van EHS-areaal door inrichting van nieuwe natuurgebieden is in de graadmeter (meting 2012) niet verdisconteerd. De werkelijke situatie is daarom waarschijnlijk iets positiever dan de graadmeter nu aangeeft.

 

1.4.b: Omdat in 2014 veel extra capaciteit nodig was voor de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is de afronding van de Natura 2000 beheerplannen vertraagd. De indicator is voor 2014 dus berekend voor een gering aantal gebieden, waardoor de uitkomst nog niet representatief is voor Natura 2000 als totaal. Voor een aantal plannen is de vaststellingsprocedure in 2014 al wel opgestart, en voor de overige gebieden is nu minimaal een 80% versie van het ontwerpbeheerplan beschikbaar.