Programma 1 Groen en Water

Wat willen we bereiken?

Voldoende mogelijkheden voor beleving van groen en ontspanning zijn belangrijk voor het leefklimaat van de inwoners van Zuid-Holland. Voor veel inwoners is een aantrekkelijk groengebied niet op korte afstand van de woning beschikbaar.

De inzet is om naast de aanleg van nieuwe groengebieden te zorgen voor goed bereikbare en toegankelijke recreatie- en natuurgebieden. De kwaliteit van de gebieden wordt op voldoende niveau gebracht of gehouden, zodat de gebieden aantrekkelijk zijn. Naast de recreatie- en natuurgebieden gaat het om het recreatief gebruik van het landelijk gebied. Ook de economie in het landelijk gebied rond de steden heeft daar baat bij. Prioriteit wordt gegeven aan:

  • het groen direct om de stad;
  • de verbindingen tussen de steden en het landelijke gebied;
  • het in balans brengen van doelen en middelen, en
  • het beheer en onderhoud van de groengebieden.

De provincie blijft zich hiervoor inzetten ondanks de rijksbezuinigingen en heeft voor de periode tot en met 2015 € 100,0 mln extra beschikbaar gesteld voor het groen in de stedelijke omgeving. Voor 2013 is voor € 20,0 mln geprogrammeerd en € 29,0 mln gereserveerd voor eenmalige afkoop van beheer van nieuwe recreatiegebieden. Voor 2014 is € 26,4 mln in de begroting opgenomen. De precieze besteding van de overige gelden wordt bepaald in samenhang met de ontwikkelingen in de regio’s. De uitgangspunten zijn vastgelegd in de Beleidsvisie Groen en het Uitvoeringsprogramma Groen.

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

1.3.a

Procentuele jaarlijkse groei van

· De bezoekersaantallen;

· De recreatieplaatsen in Zuid‑Holland.

 

23.500.000

131.000

 

+3%

+7%

 

+3%

+7%

 

+2%

+3%

 

+2%

+3%

1.3.b

Percentage van de inwoners in Zuid-Holland dat aangeeft dat zij tevreden zijn over groenvoorzieningen in de buurt.

PM

PM

PM

PM

PM

 
Toelichting Effectindicatoren

In komende jaren wordt het RodS-programma afgerond. Daardoor groeien de recreatiemogelijkheden. Als indicatoren zijn genomen het aantal bezoekers en het aantal recreatieplaatsen. Het aantal recreatieplaatsen wordt berekend op basis van het areaal recreatiegebieden en de gemiddelde opvangcapaciteit (onder andere afhankelijk van toegankelijkheid, soort inrichting en aantrekkelijkheid) van elk ingericht recreatiegebied of recreatieve verbinding. De prestaties van effectindicator 1.3.a zijn op basis van de huidige programmering RodS in de Begroting 2014 naar boven bijgesteld. Het zijn ramingen die met het recreantenonderzoek 2014 (uitgevoerd door de G.Z-H) opnieuw zullen worden geijkt.

Indicator 1.3.b over de waardering en beleving van recreatiegebieden is toegevoegd op basis van een bij Voorjaarsnota 2012 door Provinciale Staten aangenomen amendement. De cijfers voor de nulmeting 2013 en de prognoses voor 2014 en volgende jaren worden in het derde kwartaal 2013 ingevuld op basis van de resultaten van aanvullend onderzoek op het landelijke Continue VrijeTijds Onderzoek (CVTO) en een Quick Scan door de Groenservice Zuid-Holland. In de Voorjaarsnota 2014 zullen de nulmeting en de streefwaarden worden voorgelegd.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

 

2014

2015

2016

2017

1.3.b

Percentage van de inwoners in Zuid-Holland dat aangeeft dat zij tevreden zijn over groenvoorzieningen in de buurt

71% (2012)

Begroot

PM

PM

PM

PM

Aanpassing

71%

71%

71%

71%

Toelichting afwijking

1.3.b De indicator over de waardering en beleving van recreatiegebieden is toegevoegd op basis van een bij Voorjaarsnota 2012 door Provinciale Staten aangenomen amendement. De PM waarden in de Begroting 2014 zijn ingevuld. De nulmeting is gebaseerd op de resultaten van het landelijke Continu VrijeTijds Onderzoek (CVTO). 71% van de geïnterviewden is tevreden tot zeer tevreden over de groenvoorzieningen in de woonomgeving. De geïnterviewden geven als rapportcijfer een gemiddelde van 7,2. Hiermee zit Zuid-Holland op het landelijk gemiddelde. Voor een drukbevolkte provincie als Zuid-Holland met relatief minder groen per inwoner is dit geen slecht resultaat. De inzet van het Uitvoeringsprogramma Groen is te zorgen dat het recreatief groen aantrekkelijk blijft, ook voor nieuwe doelgroepen.

Wat willen we bereiken?

Effectindicatoren

 

Omschrijving

Nulmeting

 

2014

2015

2016

2017

1.3.a

Procentuele jaarlijkse groei van

  • de bezoekersaantallen

  • de recreatieplaatsen in Zuid-Holland

 

23.500.000

131.000

 

Begroot

 

+3%

+7%

 

+3%

+7%

 

+2%

+3%

 

+2%

+3%

Prognose

NJN

+1%

+5%

+1%

+5%

+1%

+6%

+1%

+3%

Toelichting afwijking

De vertraging in de inrichting van nieuwe recreatiegebieden en bijgevolg de aanpassing van de projectplanningen leidt tot aanpassing van de verwachte groei van het aantal recreatieplaatsen en de bezoekersaantallen. Dit leidt tot bijstelling van de prognoses. Bij de Begroting 2015 zal worden voorgesteld de streefwaarden van deze indicator aan te passen.

 

Wat hebben we bereikt?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1.3.a

Procentuele jaarlijkse groei van de

  • bezoekersaantallen

  • de recreatieplaatsen in Zuid-Holland

 

23.500.000

131.000

 

+3%

+7%

 

+3%

+4%

1.3.b

Percentage van de inwoners in Zuid-Holland dat aangeeft dat zij tevreden zijn over groenvoorzieningen in de buurt

71%

(2012)

71%

77%

 
Verantwoording Effectindicatoren

De groei van het aantal bezoekers in de recreatiegebieden is behaald. De groei van het aantal recreatieplaatsen is met 3% lager dan begroot. In de Najaarsnota 2014 is als prognose 5% gegeven. De reden hiervoor is dat in 2014 minder nieuwe recreatiegebieden konden worden ingericht dan geprogrammeerd. De vertraagde inrichting zal in 2015 plaatsvinden.

De effectindicator 1.3.b is door Provinciale Staten toegevoegd en in 2013 voor het eerst gemeten. In september 2014 is de meting herhaald. Hierbij gaf 77% van de ondervraagde Zuid-Hollandse inwoners die groengebieden in de woonomgeving gebruiken aan tevreden of zeer tevreden te zijn over de kwaliteit van de groenvoorzieningen. De meting is uitgevoerd onder bijna 1.000 ondervraagden.