Programma 1 Groen en Water

Wat willen we bereiken?

De provincie wil een goede kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en voldoende zoet water bereiken en behouden.

 
Oppervlaktewater

In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn normen opgenomen voor een goede chemische en ecologische waterkwaliteit. 126 wateren in Zuid-Holland zijn aangewezen als ‘oppervlaktewaterlichaam’ . Doelstelling in de periode tot 2015 is gemiddeld voor alle oppervlaktewaterlichamen een verbetering van de waterkwaliteit te realiseren en in tien waterlichamen een zodanige verbetering dat volledig (100%) wordt voldaan aan de normen van de Europese Kaderrichtlijn Water.

 
Grondwater

Zuid-Holland heeft zes Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)-grondwaterlichamen. Daarvoor geldt de doelstelling dat deze in 2015 allemaal volledig voldoen aan de normen van de Europese Kaderrichtlijn Water.

 
Zwemwater

In 2015 hebben alle zwemwaterlocaties ten minste een aanvaardbare oppervlaktewaterkwaliteit en hebben zoveel mogelijk locaties een goede of uitstekende kwaliteit.

 
Zoet water

Doel is te komen tot een duurzame zoetwatervoorziening voor alle gebruikers, rekening houdend met de ontwikkelingen in aanbod (gevolgen van klimaatverandering, verzilting, ruimtelijke beleidskeuzes in met name de Zuidwestelijke Delta) en de ontwikkelingen in de vraag naar zoet water. Specifiek voor de sector glastuinbouw streeft de provincie naar een situatie waarin alleen gebruik wordt gemaakt van duurzame waterbronnen om in de waterbehoefte te voorzien en zo weinig mogelijk grondwater wordt gebruikt.

 
Effectindicator
 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

1.2.

Aantal (en percentage van) KRW-waterlichamen dat aan de KRW-doelen voldoet

4 (3%)

 

10 (8%)

   
 
Toelichting effectindicator

Om de waterkwaliteit te verbeteren worden veel maatregelen uitgevoerd. Het effect van die maatregelen op de waterkwaliteit wordt niet jaarlijks gemeten, maar eens in de drie jaar. Deze frequentie is landelijk vastgesteld, in overeenstemming met de KRW. Dat heeft technische, financiële en procedurele redenen. Technisch kan het enige tijd duren voordat de waterkwaliteit daadwerkelijk verbetert na uitvoering van een bepaalde maatregel. Het ecosysteem heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Van belang is daarbij dat een waterlichaam pas de score ‘goed’ krijgt als alle kwaliteitselementen (macrofauna, overige waterflora, fytoplankton en vis) voldoen aan de norm. Het kwaliteitselement met de laagste score bepaalt dus de eindscore. Maatregelen leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit, maar die verbetering komt niet altijd tot uiting in de totaalscore. Het behalen van de volledige KRW-doelen is sterk afhankelijk van generiek beleid van Europa en het Rijk (milieu, stoffen, landbouw). De meest recente meetronde heeft plaatsgevonden in 2012. De resultaten daarvan worden op dit moment geanalyseerd en zullen in een aparte KRW notitie worden gerapporteerd.

 

Wat hebben we bereikt?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1.2

Aantal (en percentage van) KRW-waterlichamen dat aan de KRW-doelen voldoet

4 (3%)

X

3

 
Verantwoording Effectindicatoren

De nulmeting had betrekking op het feit dat 4 Kader Richtlijn Water (KRW)-grondwaterlichamen aan de KRW-doelen voldeden. In 2014 is gebleken dat volgens de actuele normen niet 4, maar 3 KRW-grondwaterlichamen een goede chemische toestand hebben. De reden daarvoor is niet dat sprake is van een daadwerkelijke verslechtering van de chemische toestand, maar is een gevolg van het feit dat landelijk de KRW-drempelwaarden voor fosfaat zijn verlaagd, ofwel: de normen zijn aangescherpt. Voor het grondwaterlichaam Duin Rijn-West geldt dat deze wel voldeed aan de aanvankelijke normen, maar niet aan de geactualiseerde normen.