Programma 1 Groen en Water

Wat willen we bereiken?

Zuid-Holland dankt haar bestaan aan een goede en betrouwbare bescherming tegen overstromingen. De dichtbevolkte en laaggelegen provincie vereist dat deze bescherming stand houdt. Zuid-Holland streeft ernaar slachtoffers en schade door overstromingen als gevolg van falen van het waterkeringsysteem van kust, rivierdijken, kunstwerken en regionale keringen te voorkomen en om de gevolgen van een overstroming zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast willen we waar mogelijk door innovatie meer mogelijkheden bieden voor ontwikkeling van nieuwe (beleids)concepten om de veiligheid tegen overstromingen te behouden met behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Een sterke en toekomstbestendige kust en keringen die voldoen aan de norm zijn de opgaven voor de korte en lange termijn. Naar aanleiding van het Bestuursakkoord Water (mei 2011) wordt het toezicht op de primaire keringen vanaf 2014 overgedragen aan het Rijk.

De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor kaderstelling en toezicht op het gebied van waterveiligheid voor het regionale watersysteem. De waterschappen zorgen voor de realisatie van dit beleid. De effecten van klimaatverandering en de druk op de beschikbare ruimte nemen de komende decennia verder toe. Zuid-Holland zorgt voor een toekomstbestendig waterveiligheidsbeleid dat duurzame ruimtelijke en economische ontwikkelingen in haar regio versterkt. Provinciaal beleid en regelgeving op gebied van water en ruimtelijke ordening wordt de komende jaren in overleg met de partners geactualiseerd naar aanleiding van (landelijke) bestuurlijke afspraken en wetgeving.

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

2014

2015

2016

2017

1.1

Aantal inwoners dat getroffen wordt door overstromingen als gevolg van het falen van een waterkering en waarbij de schade nul is.

0

0

0

0

0

1.2.

Percentage regionale keringen dat per 31/12 aan de normen voldoet.

52%

(1.112 km)

59%

63%

67%

71%

 
Toelichting effectindicator

1.1: De effectindicator is het resultaat van de gezamenlijke inspanning van Rijk, waterschappen, gemeenten en de provincie. Zij hebben ieder hun eigen rol en taak. De provincie stelt onder andere kaders voor de regionale keringen (normering) en ruimtelijk beleid voor binnendijks én buitendijks gebied. Waterschappen toetsen de keringen aan de normen, maken dijkversterkingsprogramma’s en voeren deze uit. De provincie ziet toe op de voortgang.

1.2: De effectindicator is opgebouwd uit twee parameters: het totale aantal keringen dat aan de norm voldoet (dat doen de waterschappen door dijkversterkingen uit te voeren) gedeeld door het totale aantal keringen dat per 31-12-2012 door de provincie is genormeerd. In de Begroting 2014 wordt in vergelijking tot de Begroting 2013 uitgegaan van een hoger aantal km te normeren regionale keringen (2.126 km). Uit de nieuwe nulmeting is gebleken dat per 31-12-2012 52% van de genormeerde regionale keringen (1.112 km) op orde is.

Wat hebben we bereikt?

 
Effectindicatoren
 

Omschrijving

Nulmeting

Doelstelling 2014

Realisatie 2014

1.1

Aantal inwoners dat getroffen wordt door overstromingen als gevolg van het falen van een waterkering en waarbij de schade nul is.

0

0

0

1.2

Percentage regionale keringen dat per 31/12 aan de normen voldoet

52%

(1.112 km)

59%

59%

 
Verantwoording Effectindicatoren

Het doel is geheel gerealiseerd, waarbij wordt opgemerkt dat de normering voor regionale keringen in 2030 geheel gerealiseerd moet zijn. De inzet van de provincie richtte zich op de Deltabeslissingen, de goedkeuring van dijkversterkingsplannen en de kaderstelling (normering) voor de regionale keringen. Bij effectindicator 1.2 is de inzet van meerdere overheden nodig (waterschappen, gemeenten, Rijk en provincie).