Bestuurlijke inleiding

Voor u ligt de derde begroting van deze collegeperiode. Met de Begroting 2014 presenteren wij als bestuur van de provincie Zuid-Holland de uitwerking van de ambities in concrete beleidsmatige en financiële keuzes voor 2014. Ook zal er een doorkijk worden gegeven naar de jaren 2015, 2016 en 2017. Onlangs is de Halfwegevaluatie 2011-2015 op- en vastgesteld. Hieruit blijkt dat Zuid-Holland grotendeels op koers ligt met het realiseren van haar doelstellingen. In een aantal gevallen is bijstelling noodzakelijk gebleken. De wijze waarop kunt u teruglezen in deze begroting. Wij blijven ons inzetten op het krachtig uitvoeren van onze kerntaken en het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland. Gezien het belang van versterking van onze concurrentiekracht en de aanhoudende dynamiek op bestuurlijke en financiële dossiers, zal in deze bestuurlijke inleiding allereerst onze visie op een aantal relevante ontwikkelingen beschreven worden.

 

Een toekomstbestendig Zuid-Holland

In Zuid-Holland wordt ruim 20% van het Nederlands Bruto Nationaal Product verdiend. De regio vormt het hart van de Nederlandse economie, met een rijke historie als wereldspeler op de topsectoren: proces petrochemie, energie, logistiek, tuinbouw, maar ook met innovatieve niches in de water- en scheepsbouw, life sciences & health en veiligheid. De Nederlandse economie moet een ongekende economische crisis verwerken. Een langdurige crisis die het economisch fundament raakt. Zo nemen het aantal faillissementen en de werkloosheid sterk toe, daalt de koopkracht van consumenten al enkele jaren, is de vastgoedmarkt op slot en neemt de leefbaarheid af. Het concurrentievermogen van de regio staat hierdoor onder druk. Zuid-Holland dreigt terrein prijs te geven aan andere regio’s. Tegelijkertijd biedt deze economische periode ook kansen. Het geeft ruimte voor transitie. De groeiende schaarste aan grondstoffen, de stijgende energieprijzen en de klimaatverandering voeden een veranderingsproces naar een economie gebaseerd op duurzame energie en bio­based grondstoffen. Dat raakt de sectoren in de regio waar materialen en energie een belangrijke rol spelen, zoals chemie, Greenports en transport. Het zijn dan ook deze veranderingen waar Zuid-Holland in de tweede helft van deze collegeperiode op in wil zetten. Business as usual is geen optie, voor het bedrijfsleven niet en de overheid niet.


Versterken van de concurrentiekracht

De economische crisis en transitie noodzaakt om nieuwe wegen te bewandelen, de wissels te verzetten. De volgende aangrijpingspunten en kansen gaan we benutten om de concurrentiekracht van Zuid-Holland te versterken:

 

Nieuwe sectoren. Zuid-Holland is de thuisbasis van vermaarde kennisinstituten en wereldspelers in sectoren en technologievelden die kunnen profiteren van deze transitie. Cleantech (schone technologie) kan als katalysator dienen bij de hervormingen en daarmee een toekomstige groeisector worden. Dit geldt ook voor de ontwikkeling van een biobased economy, een economie waarin bedrijven non-food toepassingen vervaardigen uit groene grondstoffen, oftewel biomassa. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om toepassingen als transportbrandstoffen, chemicaliën, materialen en energie (elektriciteit en warmte). In 2014 gaat Zuid-Holland haar concurrentiekracht onder andere versterken door het voortzetten van de 20 projecten uit het Investeringsprogramma Economische Agenda Zuidvleugel. Daarnaast gaat de ROM-Zuidvleugel van start met een, voor de eerste fase, bijeengebracht kapitaal van € 28,7 mln. Het programma biedt veelbelovende innovatieve bedrijven financiering en richt zich op sterke economische sectoren van Zuid-Holland die zich met (nieuwe) technologie bezighouden. Daarbij gaat het in Zuid-Holland om cleantech (biobased, deltatechnologie en infrastructuur & mobiliteit), medische technologie en security. In 2013 is het platform BioDelta Zuidvleugel opgericht.

Dit platform zorgt voor financiële en instrumentele ondersteuning van projecten uit de Economische Agenda Zuidvleugel en het platform fungeert als onderdeel van de Biobased Delta waar met de regio Zeeland, Noord-Brabant en Vlaanderen wordt samengewerkt aan de ontwikkeling van de biobased economy. Ondersteuning van het MKB en de cross-overs naar andere sectoren zijn belangrijke aandachtspunten voor de biobased economy.

 

Energie. Het energieverbruik van Zuid-Holland is vanwege haar grote bevolkingsdichtheid, de haven, en de Greenports hoog. Het verduurzamen van de energiehuishouding draagt bij aan versterking van de concurrentiekracht van de regio. Het recentelijk gesloten energieakkoord heeft grote gevolgen voor de regio. De mogelijkheden om in Zuid-Holland restwarmte uit de industrie en aardwarmte uit de diepe ondergrond te benutten zijn bijzonder groot. Zuid-Holland is daarom voorstander van een warmtenet: een soort platform voor uitwisseling van warmte (en eventueel koude) tussen leveranciers / producenten en afnemers / klanten. De provincie bevordert actief de realisatie van een warmte-infrastructuur. Dit is essentieel voor collectieve duurzame energievoorziening.

 

De stad. De afgelopen decennia heeft de economie zich ontwikkeld tot een diensteneconomie, waarin menselijk kapitaal en kennis essentiële productiefactoren zijn geworden. Dichtheid en nabijheid van mensen en voorzieningen maakt stedelijke economieën productiever, met een groter innovatief vermogen en het vermogen om economisch sneller te groeien. Zuid-Holland gaat daarom haar ruimtelijk economisch beleid aanpassen door een selectiever aantal toplocaties te creëren. Concreet betekent dit dat wij in de Visie Ruimte en Mobiliteit een selectiever locatiebeleid voor woningen, kantoren en voorzieningen gaan hanteren. Hierdoor versterk je de agglomeratiekracht van stedelijk gebied.

Een goede bereikbaarheid is belangrijk voor de productiviteit en (internationale) concurrentiekracht van bedrijven en het versterkt de agglomeratiekracht van het stedelijk gebied. Er is een sterke wederzijdse relatie: ruimtelijke ontwikkelingen leiden tot mobiliteit en tegelijk is mobiliteit structurerend voor ruimtelijke ontwikkelingen. Zonder ingrijpen blijft het huidig mobiliteitspatroon zorgen voor files, verkeersonveiligheid en leefbaarheidsproblemen. Om deze reden wordt het verkeer- en vervoersbeleid gekoppeld aan het ruimtelijk beleid in de Visie Ruimte en Mobiliteit.

De provincie werkt naar een toekomstbestendig Zuid-Holland, met aandacht voor metropoolvorming, verduurzaming van de energiehuishouding en het verbinden van topsectoren. Daartoe geeft zij prioriteit aan het integraal versterken van het vestigingsklimaat. Naast hoogstedelijke voorzieningen en internationaal georiënteerde economie zijn voor bewoners en bedrijven in Zuid-Holland een veilig, aantrekkelijk en gevarieerde woon- en leefmilieu, nabijheid van werkgelegenheid en onderwijs- en basisvoorzieningen, gevarieerde recreatiemogelijkheden en aantrekkelijk landschap nabij de stad net zo essentieel. Met het doorvoeren van de decentralisatie op het gebied van natuur en recreatie is de provincie Zuid-Holland verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van natuurbeleid. Wij richten ons hierbij op de afronding van de herijkte Ecologische Hoofdstructuur en groen in de stedelijke omgeving. Versterking van de recreatieve kwaliteit, bereikbaarheid en toegankelijkheid van de (provinciale) landschappen bij de stad hebben een belangrijke positieve impuls op de aantrekkelijkheid en waarde van een stad. Daarnaast is voor een goed leefklimaat diversiteit in woonmilieus van belang. Voor Zuid-Holland blijft een passend woningaanbod voor alle huishoudens een ambitie op het gebied van wonen. Onderzoek toont aan dat kwaliteit van wonen steeds belangrijker.

 

Samenwerken aan een sterk Zuid-Holland

In het Regeerakkoord heeft het Kabinet een aantal maatregelen aangekondigd die de bestuurlijke inrichting van Nederland betreffen. Anderhalf jaar later zien we de eerste maatregelen beschreven in visies, kaders en wetsontwerpen.


Ontwikkelingen in het openbaar bestuur

Op 17 juni jongstleden heeft minister Plasterk het herindelingsontwerp voor de Noordvleugelprovincie opgesteld. De drie betrokken provincies zijn kritisch over het herindelingsontwerp: de provincies hebben zich uitgesproken tegen het voorstel en hun zienswijze hierover ingediend.

De Arhi-procedure voor de herindeling van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland is in december vorig jaar gestart als een eerste stap om op termijn te komen tot vijf landsdelen. Of en op welke wijze er ook andere landsdelen komen wordt in het herindelingsontwerp voor de Noordvleugelprovincie opengelaten. Zuid-Holland staat ten principale positief tegenover de vorming van landsdelen, maar ziet wel enkele essentiële randvoorwaarden zodat landsdelen ook meerwaarde genereren. Zuid-Holland pleit voor een vergelijkbaar perspectief voor landsdeelvorming voor de overige provincies. Bij voorkeur wordt een eindplaatje gepresenteerd van de gewenste ontwikkeling naar 4 of 5 landsdelen, waarin de landsdelen meer bieden dan de huidige provincies. Tot slot is het essentieel dat er een heldere en eenduidige visie komt op de toekomstige verhouding tussen Rijk, landsdelen, stadsregio’s en gemeenten. De oproep van het kabinet aan steden en provincies om na afschaffing van de WGR-plus samen een vervoerregio te vormen voor de regio’s Amsterdam-Almere en Rotterdam-Den Haag biedt deze helderheid omtrent bestuurlijke verhoudingen niet. Ook Zuid-Holland heeft deze randvoorwaarden in haar zienswijze verwoord en zal in het vervolgtraject zorgen dat deze onder de aandacht blijven.


Regionale samenwerkingsverbanden

Zuid-Holland heeft gesproken met de besturen van Zuid-Hollandse gemeenten. Onderwerp van gesprekken waren met name de grote decentralisaties die op dit moment plaatsvinden en hun relatie tot de bestuurlijke toekomst van gemeenten. n deze gesprekken bleek dat samenwerking in clusters, ofwel subregio’s, aan betekenis toeneemt. De decentralisatieoperatie leidt tot een sterkere oriëntatie op de buren en minder oriëntatie op ‘de’ regio. Zuid-Holland blijft, als bestuurlijke partner, actief meedenken hoe de samenwerking in een gebied optimaal vormgegeven kan worden.

De komende periode zullen de rijkskaders van de decentralisaties duidelijk worden. Wij willen na de raadsverkiezingen van 2014, samen met gemeenten, bezien hoe de door de gemeenten gemaakte keuzes en afspraken omtrent de decentralisaties worden opgepakt en uitgevoerd. Gezamenlijk gaan wij monitoren of de gemaakte keuzes een duurzaam antwoord zijn op de uitdagingen.

 

Financiële ontwikkelingen

Een robuuste begroting met een meerjarig evenwicht

Door de aanhoudende economische crisis staan de overheidsfinanciën onder druk. De afgelopen jaren heeft Zuid-Holland al de nodige bezuinigingen doorgevoerd om de begroting op orde te houden. In de Kadernota 2014-2017 heeft Zuid-Holland besloten tot een aanvullend bezuinigingspakket dat deels is verwerkt in de voorliggende begroting. Hierbij is het gelukt om afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord en doelen uit de Begroting overeind te houden.

De voorliggende begroting is meerjarig in evenwicht. Daarbij is ook een buffer opgebouwd voor het opvangen van mogelijke nieuwe nadelige financiële effecten. De kans dat deze zich voor zullen doen is reëel, gezien de aanhoudende economische crisis en de wijze waarop het Kabinet eerder in gang gezette voornemens financieel uitwerkt.

Voor Zuid Holland komt dit met name tot uitdrukking in een onzekere ontwikkeling van het Provinciefonds. Zowel kortingen als ontwikkelingen in het accres zijn hier debet aan (het Provinciefonds is via het zogeheten accres gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven.)

In de Miljoenennota 2014 worden de decentrale overheden enigszins ontzien. De recente septembercirculaire laat een positieve ontwikkeling zien van het accres vanaf 2014. Echter, er moet rekening worden gehouden met het risico van efficiencykorting voor de samenwerking provincies en vermindering aantal ambtsdragers (risico’s opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen). Daarnaast speelt dat aanvullende maatregelen / rijksbezuinigingen in de verdere toekomst niet worden uitgesloten, mede door het achterblijven van de rijksuitgaven in de jaren 2012 en 2013. De vooralsnog als indicatief te beschouwen uitkomsten van de septembercirculaire zijn cijfermatig niet in de voorliggende begroting opgenomen.

Naast de algemene uitkering kan ook de economische crisis nog van invloed zijn op de inkomsten uit de opcenten op de motorrijtuigenbelasting en op de rentelasten die Zuid Holland moet betalen. Deze ontwikkelingen worden actief gevolgd om tijdig te kunnen anticiperen op eventuele tegenvallers en zodoende zowel op kortere als langere termijn in staat te worden gesteld om eerder in gang gezette ambities te realiseren. Zowel de ontwikkeling van de algemene uitkering als die van de andere actoren welke de financiële huishouding raken, zullen bij de Voorjaarsnota 2014 nader in beeld worden gebracht.

Hierbij bieden wij u de Voorjaarsnota 2014 aan. De Voorjaarsnota 2014 is een rapportage over afwijkingen van het voorgenomen beleid en op de voorgenomen middeleninzet op doelniveau. Met de bijstellingen wordt de Begroting 2014 geactualiseerd of de uitvoering van het beleid bijgesteld. Het betreft onder meer de bijdrage uit het Provinciefonds en diverse uitvoerings- en investeringsprogramma’s.

Naar aanleiding van de motie Démoed over het opvangen van de exogene stijging van loonkosten, is in het afgelopen jaar de exogene stijging deels opgevangen binnen de personele begroting. Het structureel opvangen van deze exogene stijgingen ten laste van de personele begroting betekent een structurele uitholling op de begroting van het apparaat. Hierdoor kan tevens de doelrealisatie van onderdelen van de programma’s gevaar lopen.

Kijkend naar de effecten die de ontwikkeling van de wetgeving (WOB, BIBOP) en de juridificering hebben op de werkzaamheden van de provincie zien we functionarissen ontstaan die voorheen niet aanwezig waren binnen de provincie. Momenteel wordt met betrekking tot de WOB en BIBOP een pilot uitgevoerd, die zal worden geëvalueerd. De inzet van een eigen advocaat zou moeten leiden tot lagere advocaatkosten. Bij Najaarsnota zal hierop worden teruggekomen.

Ontwikkeling financiële Begroting 2014

De Voorjaarsnota 2014 bevat voorstellen die de financiële ruimte beïnvloeden. Voor € 9,8 mln betreft dit het bij de Jaarrekening 2013 gemelde beklemd deel van het jaarresultaat; beklemd door juridisch afdwingbare of bestuurlijke verplichtingen. Daarnaast is € 9,7 mln opgenomen voor onderhoud en beheer wegen bestaand areaal (effect van de verschuiving van investeringen naar exploitatie). In de Begroting 2013 is dit bedrag incidenteel vrijgevallen uit programma 2 om te voorkomen dat de opcenten Motorrijtuigenbelasting verhoogd moesten worden om de begroting in evenwicht te houden. De € 9,7 mln betrof vrijgevallen lasten met betrekking tot mobiliteit. Conform de afspraken uit het Hoofdlijnenakkoord wordt dit bedrag aan programma 2 toegevoegd. Tenslotte is sprake van een voordelig verschil van € 6,8 mln, dat onder meer veroorzaakt wordt door een meevallende bijdrage uit het Provinciefonds.

Per saldo bedraagt het financieel effect € 12,7 mln. Dit wordt verrekend met de algemene reserve.

Ontwikkeling kapitaallasten als gevolg van de wijziging van de nota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen (IWA)

Bij de herziening van de nota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen (IWA) is besloten om het moment van afschrijven van investeringen te wijzigen. Tot en met 2013 werd op investeringen afgeschreven vanaf het jaar dat nota’s van investeringen waren betaald. Met ingang van 2014 wordt afgeschreven met ingang van het jaar nadat (een deel van) de investering gereed is. Deze wijziging heeft gevolgen voor de begrote kapitaallasten in de begroting vanaf 2015. Deze zijn namelijk nog op de oude systematiek gebaseerd.

Het gevolg van deze aanpassing is dat in de eerste jaren de afschrijvingslast lager uitvalt dan in de oude systematiek, aangezien voor de lopende investeringen de berekening van de afschrijving plaats gaat vinden na gereedkomen. Dit betekent concreet dat het moment van de afschrijvingen naar achter schuift.

De consequenties van de wijziging van het moment van activeren heeft op de lange termijn nauwelijks financiële ge­vol­gen. Voor de jaren 2014-2017 zal echter sprake zijn van een financieel voordeel, aangezien activering op een later moment plaatsvindt. Op basis van de huidige investeringsramingen (zoals bijvoorbeeld opgenomen in het MPI 2014-2028) en de stand van projecten per 31 december 2013 is berekend wat de omvang hiervan is. Gedurende de huidige collegeperiode blijft het incidentele voordeel binnen programma 2 beschikbaar voor dekking van toe­kom­stige kapitaallasten door middel van reservering. In de Begroting 2015 en Najaarsnota 2014 zullen financiële con­se­quen­ties worden herberekend op basis van nieuwe investeringsramingen.

 

2015

2016

2017

Incidenteel effect kapitaallasten

6,2 -/-

11,1 -/-

10,2 -/-

Storting in programmareserve2

6,2 (+)

11,2 (+)

10,2 (+)

Ontwikkelingsopgave Natuur, opbrengsten grond

De ontwikkelingsopgave natuur wordt grotendeels gedekt uit de verkoop van het BBL-grond bezit ('grond-voor-grond'). In de uitvoeringsstrategie EHS van eind 2013 was voor 2014 nog uitgegaan van een geraamde opbrengst van € 3,0 mln in 2014. De verwachting nu is dat er dit jaar meer verkocht zal worden dan verwacht. De voornaamste oorzaak hiervan is dat een aantal gebiedsprocessen eerder tot een resultaat komt dan was gepland. In de meerjarenraming waren deze inkomsten pas vanaf 2017 geraamd. Bij de Najaarsnota 2014 zal een geactualiseerde raming worden gegeven.

Hierbij bieden wij u de Najaarsnota 2014 aan. De Najaarsnota is een rapportage over afwijkingen van het voorgenomen beleid en op de voorgenomen middeleninzet op doelniveau. In deze Najaarsnota worden geen ingrijpende beleidswijzigingen voorgesteld. Bij enkele indicatoren wordt een prognose afgegeven die afwijkt van de streefwaarde. Dit wordt bij de desbetreffende doelen toegelicht. Daarnaast zijn er enkele technische en autonome financiële bijstellingen.

Ontwikkeling financiële Begroting 2014

De Najaarsnota 2014 bevat voorstellen die de financiële ruimte raken. Per saldo bedraagt het financieel effect € 4,2 mln voordelig. Dit wordt toegevoegd aan de algemene reserve. De belangrijkste bijstellingen zijn technisch van aard. Ze zijn nader toegelicht in het budgettair kader. Het betreft op hoofdlijnen: de technische verwerking van het besluit bij Voorjaarsnota 2014 om € 2,4 mln extra middelen beschikbaar te stellen, voordelig effect opcenten Motorrijtuigenbelasting ad € 3,0 mln, vrijval van € 1,5 mln extra behoedzaamheidsmarge Provinciefonds en diverse autonome bijstellingen ad € 1,9 mln voordelig.

Formatie voor WOB/BIBOB, financieel toezicht en rechtsbescherming

In de Voorjaarsnota 2014 is aangekondigd dat voor de ontwikkelingen van de wetgeving (WOB, BIBOB), de toegenomen fiinanciële risico's voor gemeenten en daaruit voortvloeiende intensivering van het financiële toezicht en de juridisering extra formatie nodig is. De dekking van deze formatie vindt in 2014 incidenteel plaats binnen de begroting. Bij de Begroting 2015 zal een voorstel worden gedaan om dit te dekken vanuit de financiële ruimte.

Uitvoeringsprogramma Groen

Het uitvoeringsprogramma Groen zorgt voor een impuls op de thema’s groenbeleving, biodiversiteit en agrarisch ondernemerschap. In samenwerking met de regionale partijen zijn de projecten geselecteerd en worden de subsidieaanvragen door externe partijen conform de Uitvoeringsregeling Groen ingediend. Hiermee zijn medio 2014 de middelen (inclusief subsidieplafonds 2015) uit het Hoofdlijnenakkoord (€ 100 mln) belegd. De voorbereiding van de subsidieaanvraag door de regionale partijen vraagt meer tijd, omdat bij veel projecten de voorwaarde van cofinanciering van toepassing is. Tevens zijn sommige regelingen pas medio 2014 opengesteld (o.a. kwaliteitsimpuls recreatiegebieden). Naar verwachting zal eind 2014 70% van de beschikbare middelen, via onder meer subsidies, juridisch verplicht zijn. De bestedingen zullen zich vanwege de latere start van de uitvoering vooral concentreren in de periode 2015 en verder. In de Najaarsnota is opgenomen dat een bedrag van € 4,7 mln gereserveerd wordt voor de bestedingen in voornamelijk 2015 en in mindere mate voor bestedingen in de jaren daarna, volgens afspraken vastgelegd in overeenkomsten (subsidies).

Ontwikkelopgave Natuur, opbrengsten grond

De ontwikkelopgave natuur wordt grotendeels gedekt uit de verkoop van het BBL-grondbezit ('grond-voor-grond'). In de uitvoeringsstrategie EHS van eind 2013 was voor 2014 nog uitgegaan van een geraamde opbrengst van € 3,0 mln in 2014. De verwachting nu is dat er dit jaar meer verkocht zal worden dan verwacht. De voornaamste oorzaak hiervan is dat een aantal gebiedsprocessen eerder tot een resultaat komt dan was gepland. In de meerjarenraming waren deze inkomsten pas vanaf 2017 geraamd. Naar verwachting zullen de netto-inkomsten uit de verkoop van BBL-grondbezit in 2014 uitkomen op € 16,2 mln.

Met de jaarrekening over 2014 legt het bestuur van de provincie Zuid-Holland verantwoording af over het laatste volle begrotingsjaar van de huidige collegeperiode. In 2011 is de provincie gestart met de uitvoering van het Hoofdlijnenakkoord 'Zuid-Holland verbindt en geeft ruimte'. De focus is gelegd op vier opgaven: ruimte scheppen voor economische groei, forse verbetering van de mobiliteit, behoud en ontwikkeling van natuur en recreatie en een evenwichtige verdeling van de ruimte. Daarnaast heeft de provincie tot 1 januari 2015 de wettelijke jeugdzorgtaken uitgevoerd, waarbij goede kwaliteit en toegankelijkheid voorop stonden. Onlangs is de Terugblik collegeperiode 2011-2015 'Zuid-Holland verbindt en geeft ruimte' vastgesteld. Hieruit blijkt dat Zuid-Holland de doelstellingen uit het Hoofdlijnenakkoord grotendeels heeft bereikt.

Onze inzet in de begroting voor 2014 bleef gericht op het krachtig uitvoeren van onze kerntaken en het verbeteren van de internationale concurrentiepositie van Zuid-Holland. Deze inleiding beschrijft de thema's die daarbij van belang waren: de provincie in de netwerksamenleving, decentralisaties, transparantie en provinciale financiën.

 

De provincie in de netwerksamenleving

De provincie Zuid-Holland heeft gekozen voor een open en transparante bestuursstijl. Bij het realiseren van de opgaven is ook in 2014 getracht om andere overheden en maatschappelijke partners vroegtijdig te betrekken en ruimte te laten voor creatieve oplossingen die ieders doelstellingen dichterbij brengen.

De Visie ruimte en mobiliteit is daarvan een mooi voorbeeld. Deze is tot stand gebracht in een interactief traject met andere overheden, maatschappelijke partners, kennisinstellingen, belangenbehartigers en burgers en is sinds augustus 2014 van kracht. De visie integreert het ruimtelijke ordeningsbeleid met het mobiliteitsbeleid. Het vertrekpunt vormt steeds de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en (openbaar) vervoer. De provincie wil vooral sturen op doelen. De keuze voor deze sturingsfilosofie heeft geleid tot het afschaffen van de rode contouren. Bouwen buiten bestaand stads- en dorpsgebied mag, mits aangetoond is dat een ontwikkeling binnen het bestaande bebouwde gebied onmogelijk is. Centraal in de afweging staat: behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Voor het openbaar vervoer betekent de visie dat er sprake moet zijn van efficiënt en effectief regionaal vervoer dat goed aansluit bij de maatschappelijke vraag.

Ook voor het stimuleren van de regionale economie zet de provincie meer in op netwerkend werken. Zij verbindt haar doelstellingen met die van andere partijen om een zo groot mogelijke impact te hebben in de maatschappij en de (internationale) concurrentiekracht te versterken. Voor de sturing op de regionale economische ontwikkeling heeft de provincie op het niveau van de Zuidvleugel één gezamenlijke economische agenda opgesteld. Dit is gebeurd in samenwerking met medeoverheden, bedrijfsleven en kennis- en onderzoeksinstellingen. De breed samengestelde Economische Programmaraad Zuidvleugel is de motor achter de economische agenda Zuidvleugel. De samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid is verder verstevigd door de oprichting van de regionale ontwikkelingsmaatschappij InnovationQuarter per 1 januari 2014. Met een startkapitaal van bijna € 28 mln richt InnovationQuarter zich op het versterken van de Zuid-Hollandse innovatiekracht en internationale acquisitie.

Op het gebied van cultureel erfgoed heeft de provincie in 2014 met ondernemers, vrijwilligers en overheden in erfgoedtafels gewerkt aan de bescherming, beleving en benutting van monumenten. De focus lag daarbij op zeven grote monumentale structuren: de erfgoedlijnen. De erfgoedlijnen in combinatie met een netwerkaanpak maakten veel energie los bij alle betrokkenen en hebben geleid tot een financieel multipliereffect.

Een voorbeeld in het groenbeleid biedt Buytenhout, een keten van parken gelegen in Zoetermeer, Pijnacker-Nootdorp en Delft. Hier is met bestaande en nieuwe partijen een innovatieve manier van groenbeheer ontwikkeld. De effecten van deze vorm van netwerkend werken zijn: een grotere betrokkenheid van derden, nieuwe producten en diensten en efficiënter en effectiever beheer.

Naast de netwerkend werken aanpak is ook op andere, meer reguliere, manieren gewerkt aan de gestelde doelen.

Zo hebben Provinciale Staten in december 2014 ingestemd met het provinciaal inpassingsplan voor de aanleg van de RijnlandRoute. Na jarenlang intensief samenwerken en praten met onder andere gemeenten, belangenorganisaties en bewoners is het laatste besluit voor de aanleg van de RijnlandRoute genomen en gaat het nu om de realisatie. De minister van Infrastructuur en Milieu heeft de tracébesluiten voor de gedeelten A4 en A44 getekend.

Ook is de tweede Julianasluis in 2014 opgeleverd en in gebruik genomen. De nieuwe kolksluis is tijdig en binnen het budget gerealiseerd. Marktpartijen hebben € 2,5 mln bijgedragen aan het verlengen en verdiepen van de sluis.

Het infranetwerk is daarnaast versterkt door investeringen in het openbaar vervoer. Zo heeft de provincie als alternatief voor de RijnGouweLijn gekozen voor een netwerk van hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)-verbindingen in Zuid-Holland Noord. Dit HOV-netwerk is de eerste stap in de introductie van R-net. In 2014 is de treindienst Alphen aan den Rijn – Gouda aanbesteed en is de eerste R-net corridor (Leiden-Zoetermeer) uitgerold.

Deze collegeperiode is met het Rijk, gemeenten, andere provincies en de waterschappen samengewerkt in het Nationaal Deltaprogramma. De Zuid-Hollandse belangen zijn over het voetlicht gebracht. Dit komt onder andere doordat de relatie met de waterschappen in Zuid-Holland op orde is. Mede dankzij de inzet van de provincie heeft het Rijk het Haringvliet en Hollandsch Diep als strategische zoetwatervoorraad opgenomen. Daarnaast heeft Zuid-Holland zich, samen met de provincie Zeeland en de gemeenten Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland, ingezet voor de bouw van een getijdencentrale op de Brouwersdam en een testcentrum voor turbines op de Grevelingendam. Het terugbrengen van getij op de Grevelingen en het weer zout maken van het Volkerak-Zoommeer zijn maatregelen die de waterkwaliteit van deze wateren verbeteren. Door inzet van de provincie heeft het Rijk in de Rijksstructuurvisie opgenomen dat gewerkt wordt aan de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer en het herstel van het getij op de Grevelingen.

Verder heeft de provincie maatregelen genomen om de binnenvaart milieuvriendelijker en zuiniger te maken. Dat gebeurt onder andere met subsidies voor nieuwe technologieën, zoals walstroom, LNG en katalysatoren. Per 1 januari 2015 geldt binnen de provincie een verbod op het varend ontgassen van benzeen. Ook op Europees niveau heeft Zuid-Holland het initiatief genomen om de binnenvaart schoner te maken.

Het veiligheidsbeleid is deze periode aangescherpt. Vanaf 2011 heeft voor vergunningverlening, toezicht en handhaving het adagium 'vertrouwen vooraf' plaatsgemaakt voor het adagium 'vertrouwen verdienen'. Centraal staan daarbij de veiligheid van de leefomgeving en het terugdringen van milieuschade. Uitgangspunt is dat vergunninghouders zich houden aan vergunningsvoorwaarden en wet- en regelgeving. Tegelijkertijd mogen burgers ervanuit gaan dat de overheid op een adequate manier vergunningen verleent, toezicht houdt en bij overtredingen consequent handhaaft. De provincie zet deze instrumenten uniform, risicogericht en proportioneel in: hard waar het moet en met de verantwoordelijkheid waar die hoort.

 

Decentralisaties

Bij de uitvoering van het Hoofdlijnenakkoord speelden ingrijpende decentralisaties van rijkstaken en bevoegdheden en onduidelijkheid over de haalbaarheid van kabinetsplannen voor de bestuurlijke organisatie van Nederland een rol. Taken die het Rijk naar de provincies heeft gedecentraliseerd, betreffen de beleidsterreinen ruimte, natuur, water en regionale economie. Het Hoofdlijnenakkoord sluit hierbij aan met kerntaken in het ruimtelijk-economisch domein: ruimte, economie, groen en mobiliteit. Om de herprioritering en bezuinigingen als gevolg van de nieuwe taken en bevoegdheden te realiseren, heeft de provincie € 20 mln structureel bezuinigd op personeel, organisatie en inhuur en € 18,1 mln op subsidies. Hiervan is incidenteel over de periode 2012 - 2015 € 18,4 mln ingezet als herallocatie voor economie, cultureel erfgoed, jeugdzorg en recreatie. Met ingang van 2016 wordt het structurele bedrag van € 18,1 mln gerealiseerd.

De decentralisaties in het sociale domein hebben hun stempel gedrukt op 2014. Voor de decentralisatie van de jeugdzorg heeft Zuid-Holland de afgelopen periode sterk ingezet op een goede overdracht en uitwisseling van kennis tussen provincie en gemeenten. Daarnaast is aangestuurd op verdere kwaliteitsverbetering, waardoor kinderen korter van jeugdzorg afhankelijk zijn. Met het oog op de transitie zijn met gemeenten en regio's afspraken gemaakt om samen op te trekken. Gemeenten waren primair aan zet, de provincie heeft hen vanuit de opgebouwde kennis, kunde en ervaring ondersteund.

De decentralisaties in het sociale domein waren voor de provincie aanleiding om samen met gemeenten en regio's in gesprek te gaan over de intensiteit en kwaliteit van hun onderlinge samenwerking. Daarbij was het uitgangspunt het helpen voorkomen dat gemeenten in financiële of bestuurlijke problemen terecht komen. Er zijn vruchtbare afspraken gemaakt met de regio's Duin- en Bollenstreek, Midden-Holland, Alblasserwaard-Vijfheerenlanden en Hoeksche Waard. Met de regio's Drechtsteden en Holland-Rijnland heeft de provincie verder gewerkt aan een gemeenschappelijke agenda.

In het gebied van de stadsregio Rotterdam en het stadsgewest Haaglanden is het maken van keuzen rond intergemeentelijke samenwerking lange tijd bemoeilijkt door onzekerheid over het wetsvoorstel Afschaffing WGR-plus. In november 2014 heeft het kabinet duidelijkheid geboden over de vervoerregio's. Er moet een vervoerregio komen waarin alleen de taken verkeer en vervoer zijn opgenomen en waarin de gemeenten en de provincie samenwerken. Met dit heldere standpunt is tegemoet gekomen aan principiële bezwaren van de provincie tegen een vervoerregio als onderdeel van een brede gemeenschappelijke regeling. De provincie gaat graag het gesprek aan met de gemeenten in de regio Rotterdam - Den Haag om vorm en inhoud te geven aan een toekomstige vervoerregio. Door samen te bouwen aan een vervoerregio kunnen we de krachten bundelen voor een bereikbare Zuidvleugel in het belang van de reiziger.

 

Transparant besturen

De provincie Zuid-Holland heeft ook in 2014 gewerkt aan het vergroten van transparantie. Naast de presentatie van de interactieve Begroting 2014 zijn initiatieven genomen om gemakkelijker informatie te kunnen inzien en te kunnen vergelijken met andere provincies. Voorbeelden zijn vakinhoudelijke kengetallen en indicatoren (waarstaatjeprovincie.nl) en kengetallen voor bedrijfsvoering. Daarnaast heeft de provincie op 22 mei 2014 de website 'Staat van Zuid-Holland' gelanceerd. De Staat van Zuid-Holland is het webportaal van de provincie Zuid-Holland die publicaties, zoals de trendpublicatie en de factsheets, onderliggende cijfers en kaarten en open data bevat.

 

Provinciale financiën

Het jaar 2014 is afgesloten met een voordelig resultaat van € 28,8 mln. Dit is nagenoeg geheel het gevolg van incidentele factoren, zoals vertragingen in de uitvoering, bijdragen van het Rijk die na de Najaarsnota bekend zijn geworden, minder subsidieaanvragen etc. In het financieel beeld wordt een toelichting gegeven op de totstandkoming van het resultaat en de bestemming hiervan.

Het Meerjarenprogramma Provinciale Infrastructuur (MPI) en Meerjarenprogramma Onderhoud (MPO) zijn in november 2014 goedgekeurd door Provinciale Staten. Om de kwaliteit van de infrastructuur te verhogen heeft de provincie in 2014 voor het eerst een MPO opgesteld. Dit geeft inzicht in de langjarig (30 jaar) benodigde beheers- en investeringskosten voor het bestaande areaal. De nieuwe financiële spelregels voorkomen dat de provincie met onvoorziene tekorten te maken krijgt.

Het bovenstaande laat zien dat de provincie Zuid-Holland zich ook in het laatste volle collegejaar heeft ingezet om de ambities uit het Hoofdlijnenakkoord te bereiken. Veel dossiers zijn verder gebracht doordat het gelukt is de energie in de samenleving aan te wenden.